De Aanslag
Harry Mulisch


1982, proza
De Aanslag

Als er in de 20ste-eeuwse Nederlandse romanliteratuur één echte klassieker is, dan wel De Aanslag. ‘Klassieker’ in de brede betekenis van het woord, nl. als een werk waaraan grote pedagogische waarde wordt toegekend en dat in schoolverband blijvend wordt gelezen.

De roman is ook 'klassiek' in de heldere structuur en in de subtiele verwijzing naar de literatuur uit de klassieke oudheid, zowel qua thematiek als vormgeving.

De thematiek wordt symbolisch aangezet via een motto uit de Epistulae van Plinius de Jongere, over de uitbarsting van de Vesuvius: een donkerte die plots uit het hemellicht valt en nog jaren later als een aswolk zijn sporen nalaat. Die sporen worden geleidelijk duidelijker in de loop van een geschiedenis die verteld wordt in vijf episoden, zoals in de vijf bedrijven van de Griekse tragedie.

Die episoden worden voorafgegaan door een proloog waarin we de plaats van het gebeuren en de hoofdpersoon van het verhaal leren kennen: Anton Steenwijk. De daarop volgende, chronologisch opgebouwde geschiedenis begint in de hongerwinter van 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vóór het huis van de twaalfjarige Anton in Haarlem wordt Fake Ploeg neergeschoten, een NSB’er. Zijn huis wordt afgebrand, en de ouders en oudere broer van Anton moeten het met de dood bekopen. Hijzelf wordt opgepakt en na verhoor bij een oom en tante naar Amsterdam gebracht.

De vragen rond de ‘aanslag’, zowel wat de feitelijke omstandigheden als de sociale en morele implicaties betreft, krijgen in de daaropvolgende episodes, ondanks de passiviteit van Anton, geleidelijk een verklaring. Die episodes zijn geordend rond een voorval of breder politiek feit: een bezoek aan de plaats waar het ouderlijk huis had gestaan (1952), de Russische (communistische) invasie in Hongarije (1956), de begrafenis van een familievriend, provo’s en de oorlog in Vietnam (1966) en ten slotte de vredesbetoging in Amsterdam tegen de atoombewapening (1981).

Via toevallige ontmoetingen wordt het beeld van de aanslag uit 1945 stukje bij beetje bijgesteld en krijgt Anton (en samen met hem ook de lezer) meer zicht op wat er gebeurd is. Toch blijft Anton een afstandelijke observator van de gebeurtenissen. Hij wil vergeten, maar kan het niet. Daardoor dreigt voor de lezer de nadruk niet meer op de emotionele beleving te gaan liggen, maar op de sociaal-politieke en ethische thematiek van het verhaal: de precaire en onoplosbare kwestie van (on)schuld en verantwoordelijkheid.

Gelukkig wordt de filosofische gelaagdheid van het verhaal geconcretiseerd in geëngageerde nevenpersonages die de schuldvraag verpersoonlijken en concretiseren. Dat laatste heeft waarschijnlijk (naast de politieke geladenheid van oorlog, verzet en collaboratie in Nederland, en de latere verfilming door Fons Rademakers) het grote en blijvende succes van de roman mee bepaald.

In de eerste plaats is er Truus Coster, die is geïnspireerd op de verzetsheldin Hannie Schaft. Truus laat op de twaalfjarige Anton een diepe indruk na, en die indruk laat hem niet meer los. Daarnaast is er haar metgezel en vriend Cor Takes, verzetsman en mededader van de moord op Ploeg. Dan is er zijn schoolkameraad, Fake Ploeg Junior, die via de vernedering ook de andere kant van de schuldvraag laat zien. En ten slotte is er Antons vroegere buurmeisje Karin Korteweg, die ook haar ‘schuld’ (het verleggen van het lijk van Ploeg vóór het huis van de Steenwijks) kwijt wil.

Maar je schuld echt kwijt geraken, dat lukt blijkbaar niet. Het verhaal eindigt dan ook, refererend aan het motto, met wolkjes as die worden opgeworpen.

De Aanslag - Daniel

Harry Mulisch

Harry Mulisch
Met een vader uit Oostenrijk-Hongarije en een joodse moeder die in België was geboren, heeft de Nederlandse schrijver Harry Mulisch (1927-2010) een complex verleden. Dat verleden, maar ook zijn eigen ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben een grote invloed gehad op zijn leven en werk.
 
De Aanslag (1982) en De ontdekking van de hemel (1992) zijn wellicht Mulisch’ bekendste werken, maar ook zijn debuut Archibald Strohalm (1951) en romans als Het stenen bruidsbed (1959) en Twee vrouwen (1975) spreken nog tot de verbeelding. Dichtbundels als Tegenlicht (1975) en toneelstukken als Oidipus Oidipus (1972) maken zijn oeuvre nog indrukwekkender.
 
Samen met W.F. Hermans en Gerard Reve wordt Mulisch tot de ‘Grote Drie’ van de naoorlogse literatuur uit Nederland gerekend. Als auteur en publieke figuur was hij erg zelfverzekerd. Hij had daardoor een ietwat arrogant en elitair imago.
 
Mulisch genoot een enorm succes. Hij kreeg o.m. de Constantijn Huygensprijs (1977), de P.C. Hooftprijs (1977) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1995). Ook internationaal werd hij gewaardeerd: in 1999 ontving hij de Prix Jean Monnet de littérature européenne. Hij werd Officier in de Orde van Oranje-Nassau en Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Dankzij de vele verfilmingen en vertalingen van zijn werk blijft hij een van de bekendste Nederlandse schrijvers van zijn tijd.

context