facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Eiland der ziel
Gerrit Achterberg


1939, poëzie
Achterberg

Het thema van deze bundel (en van het grootste deel van Achterbergs werk) is het tot leven wekken, de evocatie – door middel van het woord – van de dode geliefde.

Dat thema kan niet los worden gezien van een bekend biografisch feit uit het leven van de dichter: hij leed aan psychische aandoeningen en doodde in 1937 zijn hospita. En toch bepaalt dit accidentele biografische feit niet de structuur van zijn dichterschap. Het is juist andersom: de structuur van zijn dichterschap geeft aan dit biografische feit een mythische dimensie.

De thematiek van de verloren geliefde komt immers al vóór dit biografische drama overduidelijk in de gedichten van Achterberg aan bod. De dichter wil de geliefde ‘vereeuwigen’, dus redden van de tijdelijkheid en haar als het ware genezen van de vergankelijkheid:

Het licht blijft in uw ogen staan,
alsof gij heden zijt ontwaakt.
Maar zij volgen zon noch maan.
Geen ster wordt aangeraakt.

Voorzover het mijn bloed aangaat,
zijt gij van ieder element
verzadigd en voldaan.

En nochtans moet het woord bestaan,
dat met u samenvalt. (Uit het gedicht ‘Woord’)

Het ‘Woord’ is een begrip van cruciale betekenis. Het refereert, vooreerst, natuurlijk aan de Bijbel: ‘In den beginne was het Woord’. Achterberg groeide op in een calvinistisch gezin, en de taal van de bijbel spreken betekende in dat midden: deelachtig worden aan de ware bevindingen van de heiligen, uitverkoren zijn. Het taalgebruik zal openbaar maken wie wedergeboren is. Het woord (en dus het gedicht) lijkt daarnaast vooral ook een ruimte op te roepen waarin het vergankelijke onbestaand is. Het ‘toen’ en het ‘nu’ vallen er in samen.

De dichtersgeneratie waartoe Achterberg behoorde valt ten slotte ook samen met de herontdekking van het autonome woord. Het woord was voor hen niet de weergave van de werkelijkheid, maar de schepper van de werkelijkheid. Op die manier staat het Woord (en ook het gedicht) tussen stof en geest, tussen ideaal en werkelijkheid.

De droom, de dood, het woord en de wedergeboorte: dat zijn belangrijke thema’s in het werk van Achterberg. Dat blijkt alleen al uit de titels van zijn bundels en afzonderlijke gedichten: ‘Achter het einde’, ‘Droomballade’, ‘Sphinx’, ‘Eurydice’, ‘Todesraum’ enzovoort.

Achterberg bedient zich van een heldere taal en alledaagse woorden: bed – straatstenen – boodschappen – auto – automatisch – intact. Maar zijn gedichten vallen op door moderne beeldspraak en een dwingende, bezwerende toon, die nog versterkt wordt door een eenvoudig klankpatroon en een duidelijk ritme. Achterberg had een voorkeur voor de sonnetvorm. De ‘spiegelende’ werking van het rijmschema van die dichtvorm verhevigt de sensatie van een besloten, ‘ideale’, mythische ruimte.

Het werk van Achterberg vormt een hecht geheel, ondanks de dubbelzinnigheden die erin voorkomen. De ‘gij’ uit de gedichten kan de onbereikbare geliefde zijn, die middels de gedichten leven moet worden ingeblazen. Maar er kan ook een metafysische grootheid of God achter schuilgaan. Onder meer door die intrigerende dubbelzinnigheden en de bijzondere toon en sfeer is Eiland der ziel nog altijd een zeer tot de verbeelding sprekende bundel.

Eilandderziel

Gerrit Achterberg

Achterberg

Dat Gerrit Achterberg (Langbroek 1905 – Leusden 1962) een van de belangrijkste dichters van de twintigste eeuw zou worden, had niet iedereen kunnen voorspellen. Hij kampte met grote mentale gezondheidsproblemen en werd herhaaldelijk in psychiatrische instellingen opgenomen. In 1937 schoot hij in Utrecht zijn huisbazin dood, in een schermutseling die ontstond nadat hij haar dochter had  proberen overweldigen op zijn kamer. Hij bekende de moord en werd ter beschikking gesteld van de regering (geïnterneerd), waardoor hij jarenlang in diverse instellingen verbleef. In 1946 trouwde hij met een jeugdvriendin, waarna hij een teruggetrokken leven leidde en zeer zelden publiek optrad.

Als dichter debuteerde Achterberg in 1925 samen met een jeugdvriend met de bundel Zangen van twee twintigers. Later zou hij deze vroege bundel, met vrij traditionele poëzie, als een jeugdzonde beschouwen. Zijn carrière ging pas goed van start in 1931 met Afvaart. Bekende dichtbundels zijn verder Eiland der ziel (1939) en En Jezus schreef in ’t zand (1947). Tot aan zijn dood publiceerde Achterberg bijna elk jaar een dichtbundel.

Achterberg won verschillende belangrijke prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs (1949) en de Constantijn Huygensprijs (1959). 

Context