Eiland der ziel
Gerrit Achterberg


1939, po√ęzie
Eiland der ziel

Het thema van deze bundel (en van het grootste deel van Achterbergs werk) is het tot leven wekken, de evocatie – door middel van het woord – van de dode geliefde.

Dat thema kan niet los worden gezien van een bekend biografisch feit uit het leven van de dichter: hij leed aan psychische aandoeningen en doodde in 1937 zijn hospita. En toch bepaalt dit accidentele biografische feit niet de structuur van zijn dichterschap. Het is juist andersom: de structuur van zijn dichterschap geeft aan dit biografische feit een mythische dimensie.

De thematiek van de verloren geliefde komt immers al vóór dit biografische drama overduidelijk in de gedichten van Achterberg aan bod. De dichter wil de geliefde ‘vereeuwigen’, dus redden van de tijdelijkheid en haar als het ware genezen van de vergankelijkheid:

Het licht blijft in uw ogen staan,
alsof gij heden zijt ontwaakt.
Maar zij volgen zon noch maan.
Geen ster wordt aangeraakt.
 
Voorzover het mijn bloed aangaat,
zijt gij van ieder element
verzadigd en voldaan.
 
En nochtans moet het woord bestaan,
dat met u samenvalt. (Uit het gedicht ‘Woord’)
 
Het ‘Woord’ is een begrip van cruciale betekenis. Het refereert, vooreerst, natuurlijk aan de Bijbel: ‘In den beginne was het Woord’. Achterberg groeide op in een calvinistisch gezin, en de taal van de bijbel spreken betekende in dat midden: deelachtig worden aan de ware bevindingen van de heiligen, uitverkoren zijn. Het taalgebruik zal openbaar maken wie wedergeboren is. Het woord (en dus het gedicht) lijkt daarnaast vooral ook een ruimte op te roepen waarin het vergankelijke onbestaand is. Het ‘toen’ en het ‘nu’ vallen er in samen.

De dichtersgeneratie waartoe Achterberg behoorde valt ten slotte ook samen met de herontdekking van het autonome woord. Het woord was voor hen niet de weergave van de werkelijkheid, maar de schepper van de werkelijkheid. Op die manier staat het Woord (en ook het gedicht) tussen stof en geest, tussen ideaal en werkelijkheid.

De droom, de dood, het woord en de wedergeboorte: dat zijn belangrijke thema’s in het werk van Achterberg. Dat blijkt alleen al uit de titels van zijn bundels en afzonderlijke gedichten:  ‘Achter het einde’, ‘Droomballade’, ‘Sphinx’, ‘Eurydice’, ‘Todesraum’ enzovoort.

Achterberg bedient zich van een heldere taal en alledaagse woorden: bed – straatstenen – boodschappen – auto – automatisch – intact. Maar zijn gedichten vallen op door moderne beeldspraak en een dwingende, bezwerende toon, die nog versterkt wordt door een eenvoudig klankpatroon en een duidelijk ritme. Achterberg had een voorkeur voor de sonnetvorm. De ‘spiegelende’ werking van het rijmschema van die dichtvorm verhevigt de sensatie van een besloten, ‘ideale’, mythische ruimte.

Het werk van Achterberg vormt een hecht geheel, ondanks de dubbelzinnigheden die erin voorkomen. De ‘gij’ uit de gedichten kan de onbereikbare geliefde zijn, die middels de gedichten leven moet worden ingeblazen. Maar er kan ook een metafysische grootheid of God achter schuilgaan. Onder meer door die intrigerende dubbelzinnigheden en de bijzondere toon en sfeer is Eiland der ziel nog altijd een zeer tot de verbeelding sprekende bundel.

Eiland der ziel - Daniel

Gerrit Achterberg

Gerrit Achterberg
Dat Gerrit Achterberg (1905-1962) een van de belangrijkste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw zou worden, had niet iedereen meteen kunnen voorspellen.
 
Vanwege grote mentale gezondheidsproblemen moest hij eerst zijn werk als onderwijzer opzeggen, en in 1937 schoot hij in een vlaag van totale consternatie zijn hospita dood. De rechtbank heeft hem toen ter beschikking gesteld van de regering, en hij moest een groot deel van zijn leven in psychiatrische instellingen doorbrengen.
 
Gaandeweg ontdekte Achterberg echter een passie voor de poëzie, waarop hij zich helemaal zou toeleggen. Typisch voor zijn gedichten is hun mystieke karakter. De dichter probeerde leven en dood te verzoenen dankzij (en in) het gedicht. Behalve Eiland der ziel (1939) zijn ook de bundels Afvaart (1931) en En Jezus schreef in ’t zand (1947) erg bekend.
 
Achterberg leefde erg teruggetrokken en was dus allesbehalve een publieke figuur. In zijn hele leven heeft hij slechts twee interviews gegeven, en ook voordrachten waren erg uitzonderlijk. Hij won wel verscheidene prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs (1949) en de Constantijn Huygensprijs (1959).

context