Gangreen 1 (Black Venus)
Jef Geeraerts


1968, proza
Gangreen 1 (Black Venus)

"Onder ons is een groot schrijver opgestaan, een man die, indien hij Gangreen I Black Venus in het Frans of in het Engels had geschreven, op slag wereldberoemd zou zijn: Jef Geeraerts, een Antwerpenaar die als territoriaal agent vóór de onafhankelijkheid van Kongo, aldaar werkzaam was. Naar mijn gevoelen stelt hij, in beide Nederlanden, zo ongeveer iedereen in de schaduw."

Zo begon de Vlaamse schrijver Marnix Gijsen zijn loflied op een roman, die op korte tijd zou uitgroeien tot een iconisch boek in de Vlaamse literatuur.

De roman vertelt de lotgevallen van de hoofdpersoon in de voormalige kolonie, in de periode 1955-1960. De ik-vorm die de verteller daarvoor gebruikt en de gedrevenheid waarmee verteld wordt, wekken de indruk van autobiografische authenticiteit. De klemtoon ligt daarbij heel sterk op zijn talloze seksuele avonturen met zwarte vrouwen, op zijn drang om op te gaan in de primitieve, paradijselijke natuur en op zijn afkeer van de blanke, westers-christelijke cultuur.

In die zin is het boek een typisch voorbeeld van therapeutisch schrijven: elke stap in de richting van dat mythische Afrika beleeft de ik-figuur tegelijk als een inwijding en als een bevrijding uit het keurslijf van wat hij het ‘frustro-purito-christo-racistisch syndroom’ noemt.

Het ‘stroomt lijk lava’, zo karakteriseerde Gijsen de stijl van Geeraerts. Geeraerts gunt zijn lezers nauwelijks adem, in een bijna ononderbroken taalstroom sleurt hij hen mee en maakt hij hen deelgenoot van zijn vitalistische bezetenheid.

Vanzelfsprekend was niet iedereen even enthousiast als Marnix Gijsen. Zowel de thematiek als de schijn van autobiografisch realisme van Gangreen zorgden voor heel wat controverse en zelfs voor een flinke rel. Sommige critici, vooral uit katholieke hoek, ergerden zich aan het schaamteloze etaleren van seksualiteit, anderen beschuldigden Geeraerts van racisme en koloniaal despotisme.

De clash tussen literaire en ethische oordelen bereikte een merkwaardig hoogtepunt in 1969. Enkele weken nadat de roman bekroond werd met de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza werd hij, op last van de toenmalige socialistische minister van Justitie, gedurende enkele dagen in beslag genomen wegens zedenbederf en racisme. Die enigszins komische rel bezorgde de roman een aanzienlijk verkoopsucces. Terwijl het twee jaar had geduurd voor er een tweede druk verscheen, was Gangreen twee jaar later al aan zijn twaalfde druk toe.

Wat men bijna een halve eeuw later ook moge denken over de ethische strekking van de roman, er kan geen twijfel over bestaan dat Jef Geeraerts met Gangreen de Vlaamse Kongoliteratuur als een van de eersten op een hoog literair niveau tilde. Met zijn debuut Ik ben maar een neger (1962) en met Het verhaal van Matsombo (1966) had hij daartoe al een aanzet gegeven, maar de bravoure waarmee deze uitbarsting van levensdrift de extremen van erotische en kosmische extase verbindt met momenten van tederheid, uitbarstingen van geweld en bittere cultuurkritiek, was niet eerder vertoond.

Gangreen 1 (Black Venus) - Daniel

Jef Geeraerts

Jef Geeraerts
Nadat Jef Geeraerts (1930-2015) al vijf jaar als bestuursambtenaar in Belgisch-Congo had gewerkt, werd hij in 1959 bevelvoerder over een eenheid die rust moest brengen in een gebied in Katanga. Tijdens de onafhankelijkheidsrellen keerde hij naar België terug. Kort nadien verscheen de roman Ik ben maar een neger (1961).
 
Het boek zette de toon voor enkele opzienbarende werken, waarvan de vierdelige Gangreen-cyclus het meest opvalt. Vanwege de ongebreidelde en expliciete manier waarop Geeraerts schreef over thema’s als seksualiteit en geweld, werd zijn werk als erg provocerend ervaren. En terwijl zijn romans uit deze periode zich in feite laten lezen als een jubelende lofzang op het leven van en met de Afrikanen, werden (en worden) ze vaak ook afgewezen vanwege een vermeende racistische ondertoon. Dat laatste aspect kreeg nog meer aandacht vanwege het autobiografische en belijdende karakter van Geeraerts’ werk, waardoor men de stem van de verteller vaak met die van de auteur identificeert.
 
Geeraerts’ werk uit deze eerste periode was erg populair en werd veelvuldig vertaald. Hij vond nog veel méér lezers toen hij zowat twee decennia na zijn debuut thrillers en misdaadromans begon te schrijven.  Met werken als Kodiak 58 (1979), De Coltmoorden (1980), Diamant (1982) en Drugs (1983) boorde hij een nieuw leespubliek aan dat hem lang trouw bleef en dat alleen maar toenam dankzij verfilmingen van werken als De zaak Alzheimer (1985) en Dossier K (2002).

context

ontdek

  • Reizen met Jef Geeraerts en David Troch

    In het kader van het Letterenhuisfestival vindt er op 8 april een tentoonstelling plaats…

    Lees verder