Oeroeg
Hella S. Haasse


1948, proza
Oeroeg

Oeroerg is de inlandse jeugdvriend van de blanke verteller van dit verhaal. Het verhaal speelt zich af in Nederlands Indië, in de jaren voor en net na de Tweede Wereldoorlog. De intieme geschiedenis van een verbroken vriendschap en de algemene geschiedenis over de afloop van het koloniale tijdperk worden verweven in een fijnzinnige novelle die in 1948 verscheen als het debuut van Hella S. Haasse.

De naamloze ik-verteller is de zoon van de administrateur van een theeplantage. Als enig kind is hij zeer gehecht aan zijn speelmaatje Oeroeg, een dessajongen die een bevoorrechte plaats in de huishouding krijgt nadat zijn vader in een bergmeer is verdronken toen hij de ik-verteller probeerde te redden. De jongens verkennen samen de wereld. Het lijkt een heerlijke kindertijd, maar de scheve verhouding tussen blanke meesters en inlandse ondergeschikten bederft ook de onschuld van hun vriendschap. Het paradijselijke landschap is even ondoorgrondelijk als de donkere blikken van Oeroeg en beklemmend als de bedrieglijke spiegelingen van het bergmeer.

In de pubertijd, wanneer de vrienden de theeplantage verlaten om naar de middelbare school te gaan (de ene naar een blanke school, de andere naar een gekleurde), verzet de ik-verteller zich tegen hun scheiding. Maar door het verschil in sociale en raciale status lijkt de verwijdering onvermijdelijk.

Oeroeg zal na vruchteloze pogingen om zich bij zijn halfbloed schoolmakkers aan te sluiten, zijn zelfrespect hervinden in het erkennen van zijn oorsprong en de strijd voor een onafhankelijk Indonesië. De ik-figuur kan of wil zijn vriend niet begrijpen en vertrekt naar Nederland voor verdere studie. Wanneer hij na de Tweede Wereldoorlog terugkeert met de Nederlandse troepen die de opstand in Indonesië moeten neerslaan, wordt hij gedurende een patrouille bij het bergmeer verrast door een vrijheidsstrijder die op Oeroeg lijkt en die hem het land ontzegt.

De ik-verteller is vertwijfeld: ‘Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn?’ De slotzin van het boek is berustend, maar ook vervuld van een stille hoop: ‘De tijd zal het leren.’

Oeroeg is in een notendop wat de Nederlands-Indische letterkunde zo bijzonder maakt: de beschrijving van een wonderlijke natuur en een fascinerende cultuur, en van de confrontatie met de ander, zo na en toch zo vreemd. Oeroeg roept herinneringen op aan De stille kracht van Louis Couperus en Het land van herkomst van Eduard du Perron. De novelle leeft dan weer door in De tienduizend dingen van Maria Dermout, en Haasse heeft er met De heren van de thee later zelf nog een bijzondere roman aan toegevoegd.

Oeroeg was meteen een succes. Het boek werd herhaaldelijk herdrukt en is ook verfilmd. De kritiek dat het een te fraaie beschrijving is van het koloniale tijdperk en dat de ik-verteller zich aan de harde werkelijkheid onttrekt – kortom dat het verhaal niet politiek correct is – vervalt door de subtiele beschrijving van de intermenselijke relaties en de gehechtheid aan Indonesië, dat ook het geboorteland was van Hella Haasse. Ze groeide er op tussen de mensen die ze in Oeroeg gestalte heeft gegeven. De vele schakeringen in de menselijke relaties en de invloed van een historisch tijdperk op hun leven is exemplarisch voor haar literaire werk.

Oeroeg is ook actueel en van belang voor onze tijd van migratie en mondialisering, die aanleiding geven tot misverstand en strijd. Met de emotionele intelligentie die haar eigen was, heeft Hella S. Haasse het conflict tussen eigen en vreemd genuanceerd beschreven en tot een mooi verhaal verwerkt.

Oeroeg - Daniel

Hella S. Haasse

Hella S. Haasse
De Nederlandse schrijfster Hella S. Haasse (1918-2011) is in Batavia geboren. Ze heeft ook nagenoeg haar hele jeugd in Nederlands-Indië doorgebracht. De herinneringen aan het land van geboorte (met zijn overweldigende natuur) spelen een centrale rol in haar werk.
 
Haasse is vooral bekend om haar proza. Met haar debuut Oeroeg (1948) schreef ze zichzelf meteen in de literatuurgeschiedenis, maar ook met romans als De scharlaken stad (1952), De ingewijden (1957), Heren van de thee (1992) en Sleuteloog (2002) kende ze veel succes. Van haar historische romans is Het woud der verwachting (1949) wellicht de bekendste.
 
Haasse schreef ook toneel, zoals Een draad in het donker (1963), en ze publiceerde één poëziebundel: Stroomversnelling (1945). Ze was ook bedreven in de essayistiek en schreef ook teksten voor liedjes.
 
Het werk van Haasse werd vaak bekroond, o.a . met de Constantijn Huygensprijs (1981), de P.C. Hooftprijs (1984) en de Prijs der Nederlandse Letteren (2004). Ze was ook erelid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) en van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Ook de vele vertalingen van haar werk wijzen op haar grote succes als auteur: veel van haar romans werden omgezet naar het Frans, het Duits, het Engels, het Italiaans en het Spaans, maar ook naar het Welsh, Maleis en Hongaars.

ontdek

  • Opening Hella Haasseplein in Amsterdam

    Vanaf 7 juli bereik je de Centrale Openbare Bibliotheek van Amsterdam (OBA) via het Hella…

    Lees verder