Andere heiligen


ca. 1170-1180, Heiligenlegende

Heiligen waren voor de middeleeuwers machtige helpers en rolmodellen tegelijk. Geen wonder dus dat als alternatief voor de vaak als te werelds beschouwde Karel- en vooral Arturromans ook het genre van de heiligenlevens op rijm in de Middelnederlandse literatuur welig bloeide.

Het best geslaagd is het virtuoos berijmde en in jambische versmaat gestelde Leven van Sente Lutgard (ca. 1270), de mystiek begaafde cisterciënsernon (1182-1246) uit Tongeren die van Maria de genade verkreeg dat zij in het Franstalige klooster Aywières nooit Frans zou kunnen leren… en daarmee in de negentiende eeuw patrones van Vlaanderen van Vlaanderen werd.

Een heel ander soort heiligenverhaal biedt De reis van Sint-Brandaan, een twaalfde-eeuwse tekst die vermoedelijk in het Middenrijngebied is ontstaan en in twee belangrijke Middelnederlandse handschriften van omstreeks 1400, het Comburgse (met onder meer de Reynaert) en het Hulthemse (met onder meer Lanseloet van Denemerken)  is overgeleverd. Brandaan is een Ierse abt die vol ongeloof een boek in het vuur werpt waarin de wonderen van Gods schepping staan opgeschreven. Als straf moet hij met zijn monniken een bootreis ondernemen langs al die wonderen waaraan hij geen geloof hechtte en zo het boek opnieuw schrijven. Zowel Bertus Aafjes (1949) als Willem Wilmink (1994) maakte een herdichting van dit nog altijd zeer leesbare verhaal.