Veldeke verbeeld


ca. 1170-1180, Heiligenlegende

Contemporaine afbeeldingen van Hendrik van Veldeke zijn er niet. De beroemde miniatuur uit de beroemde, In Zürich ontstane Manesse-codex, waarin de dichter – helemaal in overeenstemming met zijn eerste lied – in een melancholische houding is uitgebeeld, met de elleboog op de knie en het hoofd in de hand, in een paradijselijk lentelandschap, dateert pas uit het begin van de veertiende eeuw. Een gelijkaardige afbeelding van de dichter in het te Konstanz ontstane Weingartner Liederhandschrift, maar nu onder een met vogels bevolkte boom, is iets ouder.

In 1928 werd in de aanwezigheid van de latere koning Leopold III en prinses Astrid op de Reddelberg te Hasselt een standbeeld, ontworpen door Halemans en uitgevoerd door E. Helde, onthuld. Veldeke is er zittend, als rondzwervend speelman afgebeeld, met rechts van hem zijn reistas en een wandelstaf en links drie boekrollen die blijkens hun inscripties de minneliederen, de St. Servatiuslegende en de Eneide moeten voorstellen.  Op de sokkel de eretitel die eigenlijk Jacob van Maerlant toekomt: ‘Aan Hendrik van Veldeke, vader der dietsche dichters algader.’ Zes jaar later kreeg ook Maastricht zijn Veldeke-monument, werk van de Maastrichtse beeldhouwer Charles Vos (1888-1954), die zich duidelijk heeft laten inspireren door de Manesse-miniatuur: de dichter zit in een zwierige mantel te schrijven, naast hem staat een lier. Heel toepasselijk werd het beeld midden in een plantsoen opgesteld, en recht tegenover het Bergportaal van de Sint-Servaaskerk.