Vanden vos Reynaerde
Willem die Madocke maecte


ca. 1260, dierenepos
Vanden vos Reynaerde

‘Willem die Madocke maecte’. Zo stelt de dichter van dit dierenepos zichzelf in de eerste versregel voor. Hij verwijst daarmee naar een vroeger werk, waarmee hij enige bekendheid had verworven. Vanwege dat werk had hij heel wat slaap gelaten, want vers 2 luidt: ‘Daer hi dicke [dikwijls] omme waecte’.

Dat werk is helaas niet bewaard, maar toch weten we er iets over: het is een droomverhaal. Wakker liggen om een droom? De ironie druipt ervan af… En zo geeft de dichter de grenzen aan waarbinnen zijn verhaal moet worden begrepen. Hij zet ons voortdurend op het verkeerde been; zijn werk is geniaal dubbelzinnig.

Tijdens een hofdag omstreeks Pinksteren worden de misdaden van Reinaert de vos aangeklaagd. De eerste klager is de wolf Isengrijn. De vos heeft zijn vrouw Haersint ‘verhoert’ (v. 73). Hij bedoelt met dat woord ‘tot hoer gemaakt, verkracht’. Maar Willems doelpubliek heeft voorkennis van andere vossenstreken en beseft dat het ook wel eens ‘verhoord’ zou kunnen betekenen (‘ter wille geweest’). De wolvin blijkt inderdaad niet vies van een buitenechtelijk avontuurtje, en haar naam is niet voor niets ‘Haersint’. Dat is een normaal Middelnederlands zinnetje: het zint haar, ze heeft het graag…

Grimbeert de das zal dan ook weinig moeite hebben om de vos van verkrachting vrij te pleiten: Reinaert onderhield zogezegd een hoofse liefdesrelatie, en de wolf klaagt hem alleen maar aan omdat hij eigenlijk kwaad is op zijn vrouw die hem heeft bedrogen en die zelf ‘sciere ghenesen’ (er snel weer bovenop) was. Boven de hoofden van de personages knipoogt de dichter naar zijn publiek. ‘Ghenesen’ heeft in middeleeuwse teksten immers vaak een erotische betekenis, iets in de zin van ‘klaarkomen’. Zo speelt Willem een superieur spel met allusies, conventies en verwachtingspatronen. En we zijn nog maar driehonderd verzen ver… Er volgen er nog meer dan drieduizend.

Van den vos Reynaerde is meesterlijk suggestief. De dieren stellen het gedrag van mensen voor; ze houden ons een spiegel voor. Wat dat betreft laat het werk geen opbeurende maatschappijvisie zien. Het hoofdpersonage is weliswaar uitzonderlijk intelligent maar gebruikt zijn trucs en listen uitsluitend in zijn eigen voordeel. De vos is een schurk: hij vermoordt de dochters van de haan Cantecleer, doodt Cuwaert de haas en staat de gezanten van de koning (Bruun de beer en Tibeert de kater) naar het leven. Bovendien beschuldigt hij zijn eigen vader van verraad en zelfmoord. Reinaert is beslist geen lieverdje. In 2007 werd hij als ‘de vleesgeworden doortraptheid’ in een enquête van Radio 1 dan ook terecht opgenomen in de lijst met de grootste snoodaards der letteren.

Maar tegelijk legt Reinaert ook de ondeugden in zijn omgeving bloot. En die zijn niet gering. De dieren/mensen blijken niet in staat tot beschaafd samenleven. De hoogste waarden die ze belijden zijn schijnheiligheid, leugenachtigheid, vraatzucht, hebzucht en wellust. Ofwel bedriegt men, ofwel wordt men bedrogen. Een tussenweg is er gewoon niet. Iedereen is op zoek naar het hoogste eigenbelang.

Dichter Willem geloofde niet in de geïdealiseerde droomwereld die werd beschreven in de toen erg populaire ridderromans over koning Artur, de ridders van de tafelronde en hun hoofse opofferingsgeest. In plaats daarvan schetste hij een scherp satirisch beeld van de maatschappij en de mens… van toen en nu.

 

Meer weten?

Edities:
  • De editie op de DBNL van J. Janssens e.a. (red.) is prima: Van den vos Reynaerde. Het Comburgse handschrift, (Davidsfonds), Leuven, 1991.
  • De meest recente editie is Reynaert in tweevoud. Deel I: Van den vos Reynaerde, bezorgd door André Bouwman en Bart Besamusca. Amsterdam: Delta / Uitgeverij Bert Bakker, 2002.
  • Erg goed bruikbaar is ook nog: Frank Lulofs (ed.), Van den vos Reynaerde. De tekst kritisch uitgegeven, met woordverklaring, commentaar en tekstkritische aantekeningen, Groningen, 1983.
 
Omzetting in hedendaags Nederlands:
  • Een goede vertaling die dicht bij de oorspronkelijke tekst (van het Dyckse handschrift) blijft, vindt men van Rik van Daele in de studie van Jozef de Wilde, Van den vos Reynaerde ontsluierd, (Kultureel jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen Nieuwe Reeks, nr. 30), Gent, 1989.
  • Er bestaan talloze hertalingen en navertellingen; die van Ernst van Altena dateert al van 1979, maar werd als pocket in 1991 opnieuw verspreid door Kritak (Leuven).
 
In stripvorm:
  • Marc Legendre & René Broens, Reynaert de vos. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas,  2010.
 
Voor de klas:
  • Reinaert de vos. Samengesteld door Hubert Slings (Tekst in context 3). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1999 (eerte druk), 2010 (zesde druk).
 
Achtergrondliteratuur:
  • De Reinaert komt uitvoerig aan bod in Frits van Oostrom, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam: Bert Bakker, 2006, p. 464-502.
  • Veel informatie en een betrouwbare korte inhoud van het verhaal vindt men ook op de website van het Reynaertgenootschap.
  • André Bouwman, ‘Taaldaden. Over intertekstualiteit in Van den vos Reynaerde‘, in: Jozef D. Janssens e.a., Op avontuur. MIddeleeuwse epiek in de Lage Landen, (Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen, 18), Amsterdam: Prometheus, 1998, p. 125-143.
  • Jozef Janssens & Rik van Daele, Reinaerts streken. Van 2000 vóór tot 2000 na Christus. Leuven: Davidsfonds, 2001.
  • Jef Janssens, Middeleeuwse advocatentruuks. Het pleidooi van Grimbert in Van den vos Reynaerde, in: Frank Gotzen, Jef Janssens, Jaak Ockeley en Louisa Verbesselt (red.), Recht in geschiedenis. Huldealbum voor F. Vanhemelryck. Leuven: Davidsfonds, 2005, p. 245-258.
 
Om te beluisteren:
  • Via vogala.org kun je een fragment beluisteren dat werd ingesproken door Frank Willaert.
Vanden vos Reynaerde - Daniel

Willem die Madocke maecte

Over de ‘Willem’ die het satirische verhaal van Reynaert heeft geschreven, is er weinig of niets met zekerheid bekend. We kunnen wel vermoeden dat hij uit de regio tussen Gent en Hulst afkomstig was.
 
‘Madoc’, dat andere werk dat de auteur in het begin van zijn verhaal vermeldt, kennen we evenmin. Aangezien hij er zijn dierenepos meteen mee begint, veronderstelde hij blijkbaar dat dat andere werk bij zijn tijdgenoten wel bekend zou zijn.
 
Het is trouwens niet alleen in het begin van het verhaal dat de auteur – blijkbaar niet zonder trots – zijn eigen naam meedeelt. Wie de laatste verzen van de Reynaert aandachtig bekijkt, vindt er een acrostichon in terug: de eerste letters van die regels vormen samen de woorden ‘bi Willeme’ (door Willem).
 
Aangezien Willem zich onmiskenbaar door enkele anderstalige teksten heeft laten inspireren, moet hij zeker Frans en Latijn hebben gekend. Bepaalde details in de tekst zelf doen ook vermoeden dat hij vertrouwd was met de gangbare rechtspraktijken.
 
De hypothese dat de in 1260 of 1261 gestorven lekenbroeder en grafelijke klerk Willem van Boudelo (of Corthals) wel eens de geheimzinnige auteur van dit dierenepos zou zijn geweest, moet als onbewezen en zelfs vrij twijfelachtig worden beschouwd.

context

ontdek

  • Studiedag over Reynaert de Vos

    Hoe en waar heeft Reynaert de Vos in heden en verleden sporen nagelaten?

    Lees verder