Sporen van een orale Arturtraditie


midden 13de eeuw, ridderroman

Lang voordat Chrétien de Troyes zijn romans schreef, moet er in Vlaanderen een orale verhaalcultuur over Arturridders als Walewein en Iwein hebben bestaan.

Het feit dat telgen uit adellijke families deze namen droegen, wijst erop dat deze verhaalstof populair moet zijn geweest en mogelijk rechtstreeks uit Schotland en Wales geïmporteerd.

Bepaalde kenmerken van de Middelnederlandse Arturliteratuur (b.v. enkele matriarchale motieven in de Walewein of de grote en blijvende waardering voor het Waleweinpersonage) zijn vermoedelijk op deze sterk ingewortelde Vlaamse traditie terug te voeren.