Kies je taal:
Vandenbroeck Charlotte01 Frankfurtjpg 768X768

Charlotte Van den Broeck schrijft over Turks Fruit in De Standaard der Letteren

Deze tekst werd gepubliceerd in De Standaard der Letteren van 4 juli 2020:

Tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont


Ze blijft Jan Wolkers’ Turks fruit herlezen, ‘een klassiek liefdesverhaal van een knetterende intensiteit’, en toch komt Charlotte Van den Broeck er elke keer mee in conflict.

Olga Stabulas, dat lieve rooie dier. Dat rooie, mistige beest. De negentienjarige winkeliersdochter uit Alkmaar is misschien wel de bekendste muze uit de Nederlandstalige literatuur. Onvergetelijk rent ze met een klaproos tussen haar billen door het atelier in de Zomerdijkstraat in Amsterdam. Onsterfelijk ligt ze met dat bergeendje tussen haar borsten te slapen in de Hollandse duinen.

Een halve eeuw na verschijning, in de negenenvijftigste druk van Turks fruit, is Olga nog precies zoals ze was. Onweerstaanbaar. Wolkers schiep met haar een personage van een sacrale vleselijkheid. Ze is de ultieme geliefde, die zoals het ultieme geliefden betaamt, in de tijd wordt bevroren door een vroegtijdige, tragische dood.

Het scheurt me weer aan stukken. Keer op keer zit ik te janken bij het slothoofdstuk. Rosa Turbinata. Hoe vaak ik het boek ook herlees, ik geraak maar niet op het einde voorbereid. Doodgaan lijkt nog oneerlijker als er zo’n gulzig leven aan voorafgaat.

Gek van liefde

‘Ik lik de stront van je reet’, roept de verteller, Wolkers’ alter ego, een naamloze beeldhouwer, de gulzigaard. Hij zou Olga zelfs schoonlikken. Zeven keer per dag wil hij met haar naar bed. In een opeenstapeling van plastische en expliciete scènes wordt de lezer deelgenoot van zijn lust. Amour fou. Gek van liefde lijken ze, een liefde die ze lijfelijk botvieren. De lichaamssappen spatten in het rond. Wolkers hitst op met visuele prikkels. Schedeflora groeit als koraal uit het plafond. Schaamlippen flapperen als de klapdeurtjes in een saloon. Een ander geslacht is zacht en vochtig als een vlabroodje.

Bijna dringt een pathologie zich op, maar daar is het Wolkers niet om te doen. Turks fruit is een klassiek liefdesverhaal van een knetterende intensiteit. Bovendien dient al dat gevrij een groter doel: seks is de vitalistische geleider voor een tijdgeest op de barricade.

Het boek had bij verschijning in 1969 nog heel wat te bevechten. Niemand had tot dat moment zo onomwonden, geil en roekeloos over het onderwerp geschreven als Wolkers. De provobeweging omarmde Turks fruit als het ideaal voor een vrijgevochten maatschappij. Het waren de hoogdagen van de seksuele revolutie en de studentenprotesten. Christelijk en burgerlijk Nederland daarentegen wist niet waar kijken bij al die platvloersheden. Een pastoor uit het Brabants stadje Echt verklaarde het boek ongeschikt voor ongetrouwde lezers – prompt verwijderde hij het uit de parochiebibliotheek. Aan de Belgische grens werden honderd exemplaren door de douane geconfisqueerd als pornografisch materiaal. De kritieken waren wekenlang in polemiek. In een mum van tijd werd Turks fruit een bestseller.

Omwenteling

Het verdeelde publiek appelleert aan de maatschappelijke tegenstelling die zich in het verhaal tekent. Het bandeloze, verpauperde kunstenaarsbestaan tegenover de preutse kleinburgerlijkheid met haar valse zeden. Bertolt Brechts Die Hochzeit is bij momenten niet ver af. Wolkers is er wel degelijk op uit het bekrompen burgerdom te ontmaskeren, en het liefst doet hij dat, heerlijk vadsig, aan tafel. Zwartgeblakerde stukken barbecuevlees vliegen tussen de petunia’s en de lavendel. In een Indisch restaurant wordt een dis vol zakenrelaties ondergekotst. Een Franse delicatesse is bruine kledder, reeskak, of erger, walvissenvlees. Die lieve Olga daarentegen maakt in het atelier de lekkerste maaltijden met wat bokking en bietjes en ingemaakte uitjes. Soms is hun geluk zo eenvoudig dat niets het uit evenwicht lijkt te kunnen brengen.

Maar altijd ligt Olga’s moeder op de loer, een eersteklas burgerheks, die een rijke dikzak recht uit zijn ziekenhuisbed in het hare wist te lokken. In afwachting van zijn dood geniet ze van zijn geld en een resem minnaars.

Vader Stabulas, een aandoenlijk personage, vreet vrolijk zijn einde tegemoet. Hij lilt als een pudding van het lachen en verzamelt snotbulletjes aan de onderkant van zijn stoel. ‘Tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont’, zingt hij ondeugend op de melodie van de Radetzkymars. Olga aanbidt hem en zelfs de non-conformistische verteller heeft een zwak voor zijn flauwe moppen.

Wanneer de vader sterft, krijgt de moeder vrij spel om de relatie tussen Olga en de verteller te verzieken en haar uiteindelijk bij hem vandaan te manipuleren.

De maatschappelijke achtergrond, waartegen het liefdesverhaal zich afspeelt, maakt van Turks fruit een tijdsdocument van Nederland in omwenteling, aan het einde van de jaren 60.

Mannelijke blik

Vandaag leest het boek minder taboedoorbrekend. Seks – of tenminste een doorgaans normatieve voorstelling ervan – behoort tot onze beeldcultuur en vrije beleving.

Toch ben ik in conflict als ik het boek lees, niet vanwege de ongecensureerde seksualiteit, wel door de eenzijdige blik daarop. Het vertelstandpunt onderwerpt Olga in verregaande mate aan de male gaze. Ze verschijnt enkel door de ogen van de verteller, die haar in zijn door verdriet en lust gekleurde herinnering oproept. Zijn blik doet vooral recht aan zijn beleving, maar laat Olga’s ervaring achterwege. De muze zwijgt. Er is geen ruimte voor haar gedachten, gevoelens en verlangens. Erger nog, ze valt ten prooi aan zijn idealisering. De beeldhouwer geeft haar letterlijk vorm in zijn sculpturen en modelleert haar naar zijn blik. Een opgewreven appel moet ze zijn.

Na de liefdesbreuk zal Olga hem in een ruzie verwijten dat ze zich opgesloten voelde. Al dat geneuk vindt ze maar een ziekelijke drang. Zijn begeerte heeft iets opdringerigs. Hoewel Olga volgens haar minnaar steunend en kreunend klaar komt is er weinig ruimte voor vrouwelijk genot – het veelgebruikte werkwoord ‘vaststeken’ lijkt zich er alvast niet om te bekommeren. In twee scènes gaat het zelfs om een verdoken verkrachting. Zo dringt hij bij Olga naar binnen terwijl ze slaapt en na het overlijden van haar vader neemt hij haar omdat het zo ‘lekker neukt dat willoze, apathische lichaam’.

Hoe teder en diepmenselijk hun relatie zich, ondanks alles, aan het einde van het boek tekent, de eenzijdig mannelijke blik dient geproblematiseerd te worden. Het boek vandaag lezen vraagt om verhouding tot feministische denkkaders. Met enige waakzaamheid op dat front blijft Turks fruit vijftig jaar na verschijning evengoed geestig en zinderend geschreven, en vooral een hartverscheurend liefdesverhaal met universele vertelkracht.



Charlotte Van den Broeck (29) is dichter en schrijver.