facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Encyclopedieën in de middeleeuwen


± 1270, natuurenyclopedie
4  Palmier Liber Floridus 1120 P167 583 898 S C1 C C 0 0 1

De aartsbisschop Isidorus van Sevilla (ca. 560-636) vatte op de drempel van de middeleeuwen zowat alle in zijn tijd beschikbare kennis samen: zijn Etymologiae in twintig boeken werd een alomtegenwoordig handboek.

Afbeeldingen namen een centrale plaats in in de Hortius deliciarum van de Elzassische abdis Herrad von Landsberg († 1196), die een omvattend overzicht bood van wat er over het geloof, de Kerk en de natuur te weten was: het enige handschrift is echter in 1870 te Straatsburg verbrand en kan alleen op basis van oudere afbeeldingen worden gereconstrueerd.

In zijn Liber floridus compileerde de Vlaamse kanunnik Lambertus van Sint-Omaars de toenmalige kennis van zijn tijd, met een opvallende aandacht voor de astronomie, de geografie, de dier- en plantkunde en de vele wonderlijkheden van de schepping. Het prachtig geïllustreerde handschrift is een van de topstukken van de Gentse universiteitsbibliotheek.

Veruit de omvangrijkste en invloedrijkste encyclopedie van de middeleeuwen was het Speculum maius die de dominicaan Vincentius van Beauvais († 1264) in opdracht van de Franse koning Lodewijk IX samen met een hele equipe bijeenschreef. Het kolossale werk bestond oorspronkelijk uit drie delen: het Speculum naturale (over de natuur), het Speculum doctrinale (over kunsten en wetenschappen) en het door Jacob van Maerlant vertaalde Speculum historiale (een wereldgeschiedenis). Daaraan werd omstreeks 1320 nog een vierde deel, het Speculum morale (over deugden en ondeugden), toegevoegd.

Wijd verbreid in de late middeleeuwen was ook het veelomvattende werk De proprietatibus rerum (‘Over de eigenschappen der dingen’] van Vincentius’ tijdgenoot, de franciscaan Bartholomaeus Anglicus († 1250), die in vele volkstalen werd vertaald en onder de titel Van den proprieteyten der dinghen in 1485 te Haarlem in het Nederlands werd gedrukt.

Ook encyclopedisch, maar nu in het Frans, veel lichtvoetiger en wellicht daardoor buitengewoon geliefd was Le livre de Sydrac le philosophe, een tweegesprek tussen de christelijke wijsgeer Sidrac en de heidense koning Boctus van Bactrië (het huidige Afghanistan). De laatste stelt aan de eerste vele honderden vragen over de meest uiteenlopende onderwerpen en bekeert zich uiteindelijk samen met heel zijn volk tot het christendom. Het werk werd in de meeste West-Europese volkstalen vertaald. Mogelijk was de Antwerpse stadssecretaris en auteur Jan van Boendale de maker van de Nederlandse versie, die nu nog in een vijftiental handschriften is bewaard en tussen 1495 en 1565 meermaals werd herdrukt.