facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Het verdriet van België
Hugo Claus


1983, proza
Claus Verdriet

Het verdriet van België is niet één roman. Onder deze titel gaan er namelijk twee romans schuil. Beide romans – in het boek eenvoudigweg ‘Het verdriet’ en ‘Van België’ genoemd – worden gepresenteerd als het werk van hun protagonist Louis Seynaeve. De echte schrijver van het tweeluik is Hugo Claus, een duivelskunstenaar die in Het verdriet van België niet is vast te pinnen op één stijl of genre.

Daarvan is er aanvankelijk echter weinig te merken. ‘Het verdriet’ is een kostschoolroman, overzichtelijk ingedeeld in 27 hoofdstukken, elk voorzien van een titel en geschreven in een beeldende, soms nadrukkelijk poëtische taal. Louis Seynaeve wordt erin ten tonele gevoerd als een kind dat veel te jong gescheiden wordt van zijn moeder. Behalve tijdens schoolvakanties wordt hij opgevoed in een pensionaat, wat zijn onzekerheid en verwarring nog versterkt. Zijn surrogaatthuis wordt namelijk bestierd door nonnen: halfslachtige, hoogst manipulatieve wezens die in de intelligente en gevoelige Louis een verlangen naar absolute orde en zuiverheid stimuleren.

De kleine jongen ontwikkelt fantasieën over in het wit gehulde dames die gevangen gehouden worden in een Slecht Huis: jonkvrouwen, voor wie hij en een handjevol kameraden alles zouden willen betekenen. Buiten het blikveld van nonnen en inferieur geachte pensionaatsgenoten doen ze zich voor als ridders, leden van een geheim genootschap ter meerdere eer en glorie van God en de heilige moeder-maagd Maria. Hun zelfverklaarde leider Louis heeft zulke spelletjes domweg nodig om zich overeind te kunnen houden binnen de muren van het pensionaat.

Toch neemt hij gaandeweg afstand van deze kinderlijk-romantische verbeeldingswereld, althans met zijn verstand. Als er tegen het eind van ‘Het verdriet’ een oorlog voor de deur staat, neemt hij zelfs letterlijk afscheid van de kostschool en van zijn kindertijd. Daarbij stolt echter het gemis van alle voor zichzelf gecreëerde zekerheden in melancholie. Diep vanbinnen blijft de gewezen kostschooljongen onmogelijke verlangens opkroppen. Op die manier treedt hij de grote wereld binnen.

Dat gebeurt in ‘Van België’, waarin Claus’ protagonist vertelt hoe zijn vaderland achtereenvolgens wordt overrompeld, bezet en bevrijd. Het opmerkelijke is dat de inmiddels

tot puber uitgegroeide Louis nog enkele jaren extra nodig heeft om zich daadwerkelijk te bevrijden van de ‘onnozele’ fantasieën die zijn leven binnen de muren van het pensionaat structuur gaven. Veel uit de roman ‘Het verdriet’ keert dan ook met de nodige variaties terug in ‘Van België’. Zo zweert Louis Seynaeve tijdens de bezetting het christelijke geloof af, maar hij gaat wel weer riddertje spelen, ditmaal als lid van een fascistische jeugdgroepering.

Betrekkelijk snel geeft hij zijn ontslag, maar van zijn kinderlijke idealen van orde en zuiverheid kan hij emotioneel nog altijd geen afscheid nemen. Enerzijds hult hij zich in een gemakkelijk nihilisme, anderzijds blijft het verlangen naar absolute vastigheid en orde doorwerken op zijn ontluikende schrijverschap. Het van melancholie doortrokken, ogenschijnlijk coherente en apolitieke ‘Het verdriet’ is daarvan het beste bewijs. In ‘Van België’ wordt de ontstaansgeschiedenis van die zuiver esthetiserende roman geschetst.

Daarbij laat het in ‘Het verdriet’ slechts terloops gethematiseerde geweld tegen alles wat onzuiver en vreemd heet opeens zijn ware gezicht zien. Pas in het opzettelijk fragmentarische, nadrukkelijk op de historische en politieke realiteit geënte ‘Van België’ – een kunstenaars-, familie- en tijdroman, en nog veel meer – geeft Louis Seynaeve blijk van weerbaarheid tegen zijn ideologische verdwazing.

In zijn geheel genomen is Het verdriet van België een krachtige waarschuwing tegen het soort onschuld en argeloosheid dat totalitaire trekken heeft. Alleen al daarom zou iedereen zichzelf het plezier moeten gunnen om dit overbekende boek van de eerste tot de laatste bladzijde te lezen.

Verdriet

Hugo Claus

Claus Vermelden  Jan  Arkesteijn(1986)

Hugo Claus (Brugge, 1929 – Antwerpen, 2008) was een duivelskunstenaar: naast proza, poëzie en theater schreef hij ook libretto’s, reportages en filmscenario’s. Daarnaast was hij ook een begenadigde schilder en regisseur. Hij werd geboren als zoon van een drukker en bracht de eerste jaren van zijn leven door in verschillende pensionaten. In 1946 verliet hij het ouderlijke huis om zich aan de schilder- en beeldhouwkunst te wijden. In deze periode begon hij ook te schrijven.

Als dichter hoorde Claus als enige Vlaming bij de Vijftigers, die zich tegen zowat alle heersende conventies in de poëzie verzetten. Naast De Oostakkerse gedichten (1955) dateren ook Tancredo infrasonic (1952), Een huis dat tussen nacht en morgen staat (1993) en Paal en perk (1955) uit die periode. Later werden o.m. Het teken van de hamster (1963), Heer Everzwijn (1970) en De sporen (1993) bekende bundels.

Van zijn romans is Het verdriet van België (1983) ongetwijfeld het bekendst, maar ook De Metsiers (1950), De verwondering (1962) Het jaar van de kreeft (1972) en De geruchten (1996) worden nog herdrukt en gelezen.

Claus heeft ook enkele onvervalste toneelklassiekers geschreven. Met gevoelige thema’s zoals incest, die ook in zijn romans terugkomen, sloegen toneelstukken als Een bruid in de morgen (1953) en Vrijdag (1969) in als een bom in het Vlaamse theater. Daarnaast was bijvoorbeeld ook het melodrama Suiker (1958) erg succesrijk en zette Claus veel klassieke stukken naar zijn hand door ze te vertalen en te bewerken.

Claus hield er een flamboyante levensstijl op na. Hij reisde heel Europa rond en had opzienbarende relaties met actrices. Hij was als publieke intellectueel niet uit de media weg te branden. Met talloze Staatsprijzen, de Constantijn Huygensprijs (1979) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1986) is hij bovendien de meest bekroonde auteur uit ons taalgebied. Ook internationaal is hij een gevierde coryfee van onze letteren. Zijn werk is dan ook veelvuldig vertaald.