facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Gruuthuseliedboek


± 1400 , liederen
Gruuthuuse Egidiuslied

Hoewel lyriek in de middeleeuwen meestal gezongen werd, krijgen we voor het Nederlands pas omstreeks 1400, met het Brugse Gruuthuseliedboek, voor het eerst muziek te zien. Geen noten weliswaar, maar ogenschijnlijk simpele streepjes op een sleutelloze notenbalk, los boven de tekst. Musicologen en musici hebben er tot op de dag van vandaag een zware dobber aan.

Het Gruuthuseliedboek is niet alleen bijzonder omdat het onze oudste bron is van Nederlandstalige muziek. Veel van deze liederen getuigen ook van een adembenemende literaire virtuositeit. Veelal vertrekken ze van vormen die toen vooral de Franse lyriek domineerden: de ballade (bestaande uit drie strofen die eindigden op een éénregelig refrein) of het rondeel (met een begin-, midden- en eindrefrein). Maar in het Gruuthuseliedboek wordt met die vormen zeer vrij omgesprongen: soms lopen ze in elkaar over of krijgen ze indrukwekkende proporties.

Meer nog bekoren deze liederen door de oorspronkelijke en zelfs eigenzinnige – maar wellicht juist daarom voor ons herkenbare – wijze waarop traditionele thema’s worden uitgewerkt. Meestal is dat de liefde. De echo’s van de hoofse minnelyriek die sinds de twaalfde eeuw vanuit het zuiden van Frankrijk bijna heel West-Europa veroverd had, klinken er duidelijk in door. Het accent ligt echter niet langer op de dienst van een onderdanige minnaar ten aanzien van een ongenaakbare dame, maar op wederzijdse trouw.

Veel liederen schijnen naar het echte leven buiten de tekst te verwijzen. Dat lijkt bijvoorbeeld het geval met de nieuwjaars- of meiliederen die jonge mannen voor hun geliefde konden zingen of als geschenk konden overhandigen. Hetzelfde is denkbaar voor de acrostichonliederen, waarin de naam van een geliefde verscholen zit: Marie, Mergriete, Maie, Lauwerette enzovoort. Eén lied is opgedragen aan een zekere Liegaert, vermoedelijk niet toevallig ook de naam van de echtgenote van de dichter Jan van Hulst, die zijn eigen naam in twee teksten elders in het handschrift heeft verwerkt. Dat gebeurde weliswaar elders in het Gruuthusehandschrift, dat méér teksten bevat dan het liedboek.

Of de liederen uit dit boek nu door Jan Moritoen, Jan van Hulst of nog een (of meer) andere auteur(s) zijn geschreven, hun toon en sfeer is erg divers. Behalve de ernstige minneliederen komen in het liedboek immers ook komische liederen voor. Die spelen zich meestal in lagere milieus af en geven een veel minder hoogstaand beeld van de liefde. Verder bevat de collectie onder meer drink-, dans- en dialoogliederen, afscheidsliederen en ook Marialiederen. Het bekendst zijn echter de liederen waarvan de thematiek het verst van de rest van het liedboek afwijkt: het spottende en oorlogszuchtige Kerelslied, en uiteraard de Egidiusliederen, twee onsterfelijke klachten over een gestorven vriend.

Hoe het handschrift na 1461 terechtkwam in de beroemde maar grotendeels Franstalige bibliotheek van de schatrijke Lodewijk van Gruuthuse (1422(?)-1492), aan wie het zijn naam ontleent, is onduidelijk. Het manuscript is eeuwenlang in privébezit gebleven, totdat op 14 februari 2007 bleek dat het aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag was verkocht.

Meer weten?

Over het handschrift:

  • Jos Koldeweij, Inge Geysen & Eva Tahon (red.), Hoofsheid en devotie. Het Gruuthusehandschrift: kunst en cultuur omstreeks 1400. Antwerpen: Ludion, 2013.
  • Frank Willaert (red.), Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen. KANTL-colloquium 30 november 2007. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2010.
  • Frank Willaert, Jos Koldeweij & Johan Oosterman (red.), Het Gruuthusehandschrift. Literatuur, muziek, devotie rond 1400. Internationaal congres Brugge 25-27 april 2013. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2015.

Te beluisteren: 

Ook nog:

Dichteres Ellen Deckwitz bespreekt in de rubriek Dichter bij Ellen (De Morgen, 27/09/2017) een fragment uit het Gruuthuse-handschrift.

Gruuthuseliedboek

Over het auteurschap van de inhoud van het Gruuthusehandschrift bestaat nogal wat onenigheid. Niet alleen de vraag wie de teksten geschreven heeft zorgt voor discussie, maar ook de vraag of één auteur verantwoordelijk is voor alle teksten die in het verzamelhandschrift zijn opgenomen. In 1966 lanceerde de filoloog Klaas Heeroma de geruchtmakende hypothese dat alle liederen in het handschrift de neerslag zouden zijn van het bewogen liefdesleven van één dichter: Jan Moritoen (Brugge, ca. 1655/60 – Brugge, 1418). Moritoen is uit de bronnen bekend als een rijke bontwerker van Schotse afkomst, die wel in Brugge geboren was. Hij doorliep een steile carrière die hem uiteindelijk een plaats in de stadsraad en een schepenambt opleverde.

Naast de vermelding van Moritoens naam in het Gruuthusehandschrift (bovendien niet bij de liederen) is er echter niets dat wijst op enige literaire activiteit. Mede daarom is de aandacht verschoven naar Jan van Hulst (ca. 1360 – na 1433), wiens naam in twee acrostichons in het handschrift voorkomt. Het profiel dat van hem naar voor komt uit de rijke Brugse archieven beantwoordt veel beter aan dat van een briljant dichter. Hij werkte voor de stad in verschillende functies, organiseerde allerlei feestelijkheden en was daarnaast boekverluchter, zanger en lid van vooraanstaande broederschappen. Zeer waarschijnlijk was hij ook betrokken bij de oprichting van De Heilige Geest, de eerste Brugse rederijkerskamer, in 1429.

Sommige onderzoekers menen dat Jan van Hulst moet worden beschouwd als de virtuoze dichter van alle teksten in het handschrift: niet alleen van de 147 liederen, maar ook van de zeven gebeden op rijm en de zestien gedichten. Die laatste zijn minder bekend dan de liederen, maar eveneens van een zeer hoog niveau. 

Helemaal zeker zullen we nooit zijn, maar mede door de vele gegevens die recent aan het licht zijn gekomen en de nieuwe impuls die het onderzoek in het laatste decennium gekregen heeft, staat Jan van Hulst sterk als grote literaire figuur achter het Gruuthusehandschrift. Jan Moritoen kan dan hebben opgetreden als mecenas of geldschieter.