facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Elckerlijc


1450 >< 1500, theater
Elckerlyc

Wat doe je als je plotseling te horen krijgt dat je zeer binnenkort gaat sterven? Hoe neem je, met je lichamelijke vermogens intact en in het volle bewustzijn, afscheid van het leven en van de mensen en dingen die je daarin hebben vergezeld? Zelden werd dit vertrouwde thema zo prangend en direct aan de orde gesteld als in een Nederlandstalig toneelstuk dat wellicht aan het eind van de vijftiende eeuw in Antwerpen is ontstaan: Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc.

De vooralsnog anonieme auteur van het stuk presenteerde de plotse confrontatie van de mens met de dood op een zeer directe en letterlijke manier. Daarvoor gebruikte hij personages die geen individuen zijn, maar verpersoonlijkingen van abstracte begrippen. Elckerlijc, die letterlijk ‘iedere mens’ voorstelt, krijgt van De Dood te horen dat hij een pelgrimstocht moet aanvatten waarvan hij niet zal terugkeren. Hij moet zich bij God gaan verantwoorden voor zijn zondige en al te materialistische levenswandel.

Elckerlijc kan van de Dood één toegeving bekomen: hij mag een reisgenoot meenemen. Als hij daartoe iemand bereid vindt, tenminste. Elckerlijcs vrienden (Gheselscap), familie (Maghe en Neve) en materiële bezittingen (Tgoet) laten hem al snel in de steek. Zijn wijsheid (Vroetscap), kracht (Cracht), schoonheid (Schoonheyt) en vijf zintuigen (Vijf Sinnen) lijken aanvankelijk een betere steun maar met het graf in zicht haken ook zij af. Zelfkennis (Kennisse) wijst Elckerlijc op het belang van deugd (Duecht) maar die is aanvankelijk te verzwakt om het hoofdpersonage te helpen. Pas nadat Elckerlijc boete heeft gedaan en gebiecht heeft, komt Deugd er weer bovenop en vergezelt hem op zijn laatste reis.

Er is wellicht geen enkele andere tekst uit onze letterkunde die zo’n brede en langdurige invloed heeft gehad op de wereldliteratuur als Elckerlijc. Het succes van dit werk kwam er al snel na het ontstaan, wat blijkt uit de vroege vertalingen en bewerkingen in het Engels (Everyman), het Latijn (Homulus en Hecastus) en het Duits (Hekastus). Via de Engelse vertaling kende de tekst een revival aan het begin van de twintigste eeuw. De Ierse dichter W.B. Yeats bewerkte hem, net als de Duitse toneelauteur Hugo von Hofmannsthal (een bewerking waarmee tot vandaag jaarlijks de beroemde Salzburger Festspiele worden geopend). In 2006 publiceerde de Amerikaanse auteur Philip Roth zijn Everyman, waarin de stof in het twintigste-eeuwse Amerika wordt gesitueerd.

De aantrekkingskracht van Elckerlijc zit vooral in de uitgepuurde, bijna abstracte uitwerking van een universeel herkenbaar thema. Iedere mens wordt op een bepaald moment geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid en met de vraag wat hij met zijn leven heeft aangevangen. Deze kwestie kwam voor in ontelbare andere teksten en kunstwerken aan het eind van de middeleeuwen – een tijd die geobsedeerd was door de ars moriendi (kunst van het sterven).

Maar wat Elckerlijc zo bijzonder maakt, is de eenvoud. De handeling speelt zich op één enkele dag af. Elckerlijc staat op ieder moment centraal; er is geen enkele nevenplot. En de taal is zo helder en direct dat ook de moderne lezer met een minimum aan woordverklaring de tekst makkelijk kan begrijpen. Het is een van de weinige laatmiddeleeuwse toneelstukken waarin de allegorische personages de moderne lezer niet vervreemden, maar hem door hun tijdloze herkenbaarheid juist aantrekken.

Meer weten?

  • De meest recente editie van de Elckerlijc werd verzorgd door Bart Ramakers en bevat ook een moderne vertaling op rijm van Willem Wilmink (Mariken van Nieumeghen en Elckerlijc: zonde, hoop en verlossing in de late Middeleeuwen. Amsterdam 1998).
  • Op de website van de DBNL is er een voorstelling te vinden van het stuk door studenten van de Toneelschool Amsterdam.
  • Elckerlijc werd in 1975 verfilmd door Jos Stelling.
  • De opvoering van Elckerlijc speelt een belangrijke rol in de film Un soir un train (1968) van André Delvaux.
  • Jeroen Theunissen over zijn liefde voor Elckerlijc:


Elckerlijc

Hoewel Elckerlijc in verschillende talen werd vertaald en op die manier in heel Europa bekendheid verwierf, is niet bekend wie de auteur is van dit allegorische toneelstuk. Net zoals het hoofdpersonage abstract blijft omdat hij ‘iedereen’ belichaamt, kunnen we ook over de auteur van het stuk enkel algemene uitspraken doen. Zo moet hij bijvoorbeeld op de hoogte zijn geweest van kerkelijke symboliek en theologie. Tegelijk is het toneelstuk een goed voorbeeld van rederijkerstheater, waardoor je de auteur ook in die kringen kan zoeken.

In het verleden hebben de vele vragen over de identiteit van de auteur tot allerlei gissingen en hypotheses geleid over wie nu precies Elckerlijc heeft geschreven. In een Latijnse bewerking van de Nederlandse Elckerlijc wordt ene ‘Petrus Diesthemius’ (Peter van Diest) als auteur genoemd. Dat heeft ertoe geleid dat men de auteur is gaan zoeken in het Diest van de vijftiende eeuw. Al snel kwam een zekere Petrus Dorlandus (1454-1507) in beeld, een geleerde kartuizer uit Diest die ook in het Latijn schreef. In het midden van vorige eeuw maakte de hypothese opgang dat beide namen verwijzen naar één persoon, maar dat is nog altijd niet zeker. Zelfs als dat het geval zou zijn staat het auteurschap van Elckerlijc daarmee nog niet vast.

De enige conclusie is dan ook dat de auteur van Elckerlijc voorlopig onbekend blijft. Hij kan, met andere woorden, zowat ‘iedereen’ geweest zijn.