Lucifer
Joost van den Vondel


1654, theater
Lucifer

Godsdienst was een delicaat onderwerp in het toneel in de zeventiende eeuw. In 1654 ging er dan ook een schok door Amsterdam omdat Joost van den Vondel een toneelstuk in de hemel situeerde. Het was een gewaagde onderneming, maar Vondel streefde naar het hoogste in de toneelschrijfkunst.

Hij wilde tragedies schrijven in het Nederlands die zich konden meten met de modeltragedies in het antieke Griekse theater. Typisch voor deze tragedies was dat de hoofdpersonages hooggeplaatst moesten zijn, want dan was hun ondergang des te tragischer. In Lucifer situeert Vondel zijn drama op het hoogst mogelijke niveau: in de hemel, met een opstand van engelen tegen God. Maar zoals wel vaker gebeurt, bevat dit verhaal dat zich buiten de aarde afspeelt ook een boodschap die toepasbaar is op de eigen wereld.

Lucifer, de stadhouder van God en de belangrijkste engel in de hemel, leidt een opstand tegen God onder het mom dat hij diens rechten wil verdedigen. Nu de mens geschapen is, een wezen dat zich kan vermenigvuldigen, kan hij op termijn immers een bedreiging vormen voor de hemelbewoners. De engel Apollion, uitgezonden om de mens te bespioneren, geraakt danig onder de indruk van dit nieuwe wezen, vooral dan van de vrouwelijke variant. Zijn verslag doet de jaloersheid bij een aantal engelen (onder leiding van Belial en Belzebub) alleen maar toenemen. Zij voelen zich gepasseerd. Ze bepraten Lucifer, die opgezweept en niet nadenkend uitroept: ‘Dat zal ik keren, is het anders in mijn macht’. Lucifer wil na God de eerste blijven in de hemel, dus hij plaatst zichzelf aan het hoofd van de opstandige engelen. Hoewel hij beweert dat de opstand niet tegen God is gericht, begaat hij de ultieme zonde van hoogmoed.

De trouwe engelen en de Luciferisten voeren heftige discussies over de problematiek. De tussenkomst van Gabriël en Michaël kan hen niet op andere gedachten brengen. De opstandelingen zien in Lucifer de enige die hen kan redden. Zij scharen zich achter hem en behandelen hem als een god.

De engel Rafaël biedt Lucifer ultiem nog genade aan als hij van zijn plan wil afzien. Hij doorprikt de drogredenen van Lucifer. Die begint te twijfelen aan het succes van zijn onderneming, maar hij heeft zich te ver tegenover zijn volgelingen geëngageerd en kan niet meer terug. Dat maakt hem tot een tragische figuur. Ook al beseft hij dat hij een verloren strijd voert, toch gaat hij met de moed der wanhoop de strijd aan tegen het leger van de trouw gebleven engelen, die worden aangevoerd door Michaël. Rafaël moet machteloos toezien hoe Lucifer zijn ondergang tegemoet gaat.

De engel Uriël beschrijft de strijd als een waar luchtgevecht waarin de opstandige engelen een verpletterende nederlaag lijden en als monsters in de hel neerstorten. De vreugde om de overwinning wordt snel getemperd wanneer Gabriël komt vertellen dat Lucifer wraak heeft genomen door de mens te verleiden in het paradijs.

Lucifer is niet zomaar een opstandeling. Als stadhouder van God bezondigt hij zich aan de hoofdzonde van hoogmoed, maar politiek gezien is hij ook erg heerszuchtig. Tegelijk is hij een tragische held die zich laat meeslepen door zijn aanhangers. Wanneer hij tot het inzicht komt dat zijn zaak hopeloos is, kan hij niet meer op zijn stappen terugkeren.

Vondel laat zijn personages in statige alexandrijnen spreken, maar tussen de bedrijven laat hij de engelen lyrische teksten zingen. Na twee opvoeringen werd het stuk verboden. Dat kwam de drukkers goed uit, want nog in 1654 verschenen er niet minder dan zes edities van Lucifer.

Meer weten?

  • Sinds 1654 zijn er talrijke edities verschenen van Lucifer. De recentste editie is in 2004 uitgegeven door R. Schenkeveld-van der Dussen in de Deltareeks bij uitgeverij Bert Bakker in Amsterdam, samen met Adam in ballingschap, of: Aller treurspelen treurspel en Noah, of: Ondergang der eerste wereld.
  • Op de DBNL is de versie uit de editie van Vondels Werken (Amsterdam, 1931, p. 601-696) ter beschikking, en ook een transcriptie van een druk uit 1654.
  • Er bestaan vertalingen van Lucifer in het Engels, het Frans en het Duits.

 

Video

 

In 2010 speelde Theater Zuidpool Lucifer. Guido Lauwaert schreef er in Knack deze recensie over.

Lucifer - Daniel

Joost van den Vondel

Joost van den Vondel
Joost van den Vondel (1587-1679) is een van de grootste schrijvers uit de Gouden Eeuw. Hij is geboren in Keulen doordat zijn ouders – die uit Antwerpen kwamen – daarheen waren uitgeweken voor hun geloof. Later verhuisden ze naar Utrecht en vervolgens naar Amsterdam.
 
Vondel liet een erg omvangrijk oeuvre na. Van zijn toneelstukken is vooral Lucifer (1654) erg bekend. Dat treurspel vormt een trilogie met Adam in ballingschap (1664) en Noah (1667). Ook Palamedes (1625) en zeker Gysbreght van Aemstel (1637) zijn invloedrijke werken. Vondel vertaalde daarnaast ook klassieke stukken, zoals Sophokles’ Elektra (1639).
 
Van zijn poëzie is vooral zijn Poëzy of verscheide gedichten (1650) een onmisbare bundel. Vondel schreef ook hekeldichten, zoals Roskam (1630) en Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt (1657).
 
Gaandeweg distantieerde hij zich van de Brabantse rederijkerskamer Het Wit Lavendel, waarvan hij lid was. Hij kwam in contact met meer humanistisch georiënteerde dichters, onder wie P.C. Hooft. Die vriendschap verwaterde echter toen Vondel van protestantisme naar katholicisme evolueerde, een verandering die ook in zijn werk waarneembaar is. Zijn oeuvre bevat nogal wat aanklachten tegen calvinistische wanpraktijken.
 
Vondel was niet alleen schrijver. Toen zijn vader stierf, trad hij in diens voetsporen als handelaar van zijde. Even was hij ook diaken van de gemeente Waterland, en op 70-jarige leeftijd werd hij nog boekhouder om de schulden van zijn zoon te kunnen betalen.

ontdek

  • ‘Great Critics’: Verwey over Vondel

    Hoe werd Vondel gelezen door Tachtiger Albert Verwey?

    Lees verder
  • Op zoek naar Vondel in de straten van Amsterdam

    Met een nieuwe app ga je in Amsterdam zelf op zoek naar Vondel en zijn tijdgenoten. 'De…

    Lees verder