facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:
Antwerps Liedboek

Het Antwerps Liedboek is een echt kleinood: het is klein, intrigerend en kostbaar. Het is het oudste bewaarde wereldlijke liedboek uit de Lage Landen én de meest omvangrijke bundel in zijn genre. Dit boek met 221 liederen heeft daardoor een zeer bijzondere status.

In elke tekst en bij elke herlezing valt er iets nieuws te ontdekken over de zeden en gewoonten van de lezers uit het zestiende-eeuwse Antwerpen. Handel en economie bloeiden daar toen volop; de stad was een smeltkroes van mensen van allerlei rang en stand en uit verschillende landen en met verschillende overtuigingen.

Voordien vierde de hoofse literatuur nog hoogtij. Die werken circuleerde hoofdzakelijk in hofkringen, richtten de aandacht op ridders en jonkvrouwen en gingen over koninklijke ambities, roemrijke gevechten en miraculeuze avonturen. Het Antwerps Liedboek schetste daarentegen vooral een beeld van de besognes van alledag. Deze liederen wilden een bron van vermaak zijn voor de zinggrage lezer. Het deed aan humeurmanagement avant la lettre: zingen verlichtte bedroefde harten en stond al langer bekend als doeltreffende remedie tegen melancholie.

Liefde, religie en politiek zijn de drie grote, universele thema’s die hier in al hun veelzijdigheid worden bezongen. De hoofdrolspelers in deze liederen zijn veelal herkenbare personages: verliefde jongelui, moeders en dochters, roddeltantes en oude grijsaards, drinkebroers. En ja, ook ridders, graven, hertogen, ruiters en zelfs de stereotype bronstige monniken en molenaars passeren de revue. Ze zijn verliefd, jaloers of overspelig, blij of verdrietig, op seks belust en vaak ongewenst zwanger. Ze voelen zich bedrogen, wraakzuchtig en soms zelfs moordlustig. Het is maar een greep uit de vele kleinmenselijke trekjes die dit liedboek zo herkenbaar maken.

Het Antwerps Liedboek werd erg eenvoudig en in een klein formaat uitgegeven. Het bevatte geen muzieknotatie of illustraties, waardoor de lezer het makkelijk overal mee naartoe kon nemen. Mede daardoor is het niet zo verwonderlijk dat er van dit liedboek maar één volledig exemplaar bewaard bleef: de derde druk uit 1544. Vanaf juni 1546 kwam het Antwerps Liedboek op de index van verboden boeken terecht, wat het nog zeldzamer en interessanter maakt.

Drukker Jan Roulans nam in deze derde druk oud en nieuw materiaal op, als een soort bloemlezing van liederen die hem via verschillende kanalen waren aangereikt.  Sommige liederen zijn alleen in het Antwerps Liedboek aanwezig, van andere levert dit boek de beste of oudste (en dus meest interessante) variant.

Zoals een parel haar glans en schoonheid niet meteen prijsgeeft, vraagt het Antwerps Liedboek van de hedendaagse lezer een zekere inspanning om zijn kwaliteiten te kunnen ontdekken. De teksten bevatten bijvoorbeeld veel clichés en herhalingen – een typisch fenomeen in de orale cultuur waarin ze circuleerden – en hebben met hun symbolisch geladen taalgebruik vandaag wel wat uitleg nodig. Sommige teksten zitten immers vol dubbelzinnigheden of hebben een onderliggende, erotische, betekenis.

Dit liedboek verscheen op een uitermate boeiend scharniermoment tussen de late middeleeuwen en de vroege renaissance. De sociale microkosmos die dit boek presenteert mag dan zestiende-eeuws zijn, de onderliggende thema’s zijn diepmenselijk en dus nog steeds zeer herkenbaar.

Meer weten?

De meest recente editie dateert uit 2004:
Het Antwerps Liedboek. Teksteditie bezorgd door Dieuwke E. van der Poel (eindredactie), Dirk Geirnaert, Hermina Joldersma en Johan Oosterman. Reconstructie van de melodieën door Louis Peter Grijp. Tielt, Uitgeverij Lannoo (Delta), 2004. 2 delen. Inclusief 2 cd’s.

De editie is het resultaat van een interdisciplinaire samenwerking tussen vijf onderzoekers uit verschillende disciplines. Hoewel iedereen in de zestiende eeuw wist op welke melodie men deze deuntjes moest zingen, is die informatie vandaag veel moeilijker te achterhalen. Een belangrijke meerwaarde van deze editie is dat de onderzoekers erin geslaagd zijn om nog meer melodieën op te sporen en te reconstrueren.

Verschillende liederen werden dan ook door meerdere ensembles en muzikanten uitgevoerd.
Bovenvermelde editie van D. van de Poel bevat een selectie uit het repertoire.  De cd’s verschenen ook afzonderlijk.
 
Wie meer wil lezen over het liedboek vindt een uitgebreide bibliografie in de editie van Van der Poel of kan grasduinen in Het gevleugelde woord (Bert Bakker, 2007), de literatuurgeschiedenis van H. Pleij, die een inkijk geeft in literatuur en maatschappij in het zestiende-eeuwse Antwerpen.
Antwliedboek

Nergens in het Antwerps Liedboek staat vermeld wie de liederen geschreven heeft. Slechts van één van de 221 liederen is bekend wie de auteur is, omdat het voorkomt in een liedbundel die wel is ondertekend. Dat lied, Ghepeys, ghepeys, vol van envijen, is gescreven door de Oudenaardse priester en rederijker Matthijs de Castelijn. Alle 220 andere teksten gelden vooralsnog als anoniem. 

In de teksten zelf staat stellen de auteurs zich nochtans vaak voor als een maatschappelijk type, zoals een soldaat, een drinkebroer of een jong meisje. Mede daarom lijkt het erop dat het begrip ‘auteur’ voor een liedverzameling als het Antwerps Liedboek niet echt relevant is. De verzameling is een neerslag van liedjes die ook enkel in gezongen, en dus ongeschreven, vorm de ronde deden, en waarvan misschien ook toen niemand wist wie ze ooit geschreven had.

Toch wijzen een aantal signalen in de richting van de rederijkers. Niet alleen was Matthijs de Castelein een rederijker, maar er zijn ook verwijzingen naar een kamer uit Dendermonde en vermeldingen van een ‘prince’, traditioneel de beschermer van de kamer. Waarschijnlijk hebben de liedjes dus in rederijkerskringen gecirculeerd of zijn ze daar op schrift gesteld, voor ze in 1544 door de Antwerpse drukker Jan Roulans in één boek werden verzameld. In elk geval staat vast dat de 221 liedjes niet door één auteur zijn geschreven, maar het werk zijn van vele verschillende schrijvers.