Lanseloet van Denemerken


voor of omstreeks 1400, theater
Lanseloet van Denemerken

Als een van de zogenaamde ‘abele spelen’ behoort Lanseloet tot het allervroegste toneel in onze taal. Het is opmerkelijk dat dit vroegste toneel wereldlijk is, en dus niet religieus. Meer specifiek nog is dit stuk ridderlijk en amoureus van inhoud en inkleding.

In dat opzicht lopen de abele spelen – in een tijd van overwegend religieuze en moraliserende literatuur – merkwaardig vroeg op het Elisabethaanse theater vooruit. De vergelijking die wel eens gemaakt wordt, van de zwakke figuur van Lanseloet met die van Hamlet (die andere weifelmoedige prins van Denemarken) is voor het wat stroevere abel spel misschien een overmatige eer. Maar behalve hun vernieuwende thematiek zijn de abele spelen voor hun tijd ook toneelmatig en literair van een bijzonder hoog niveau. Taal en stijl zijn voornaam, maar missen niet de nodige levendigheid. De personages zijn geloofwaardig en treffend getekend, de handeling wordt in een beknopt bestek afgerond – de opvoering zal een klein uur geduurd hebben – en is met veel zin voor spanning uitgewerkt.

De Deense prins Lanseloet is tot over zijn oren verliefd op Sanderijn, een dienstmeisje uit de hofhouding van zijn moeder. De koningin, die zich voor haar zoon een heel andere verkering had voorgesteld, ziet de romance met lede ogen aan. Tevergeefs probeert ze haar zoon tot rede te brengen. Gelijkheid van stand is niet wat telt, repliceert Lanseloet: in de liefde gaat het om de wezenlijke, geestelijke harmonie tussen twee mensen.

Dat hooggestemde liefdesdiscours wordt door de koningin meteen op de proef gesteld. Ze zal ervoor zorgen, belooft ze, dat Sanderijn deze nacht op zijn kamer zal komen, zodat hij met haar kan doen 'wat hij begeert'. De enige voorwaarde is dat hij zich daarna van haar afkeert en zegt dat hij van haar genoeg heeft en haar zo beu is als had hij zeven plakken spek gegeten. Lanseloet vindt dat laatste wel lastig, maar kan de verleiding niet weerstaan.

Wat zich die nacht in de kamer afspeelt, krijgt de toeschouwer niet te zien, maar Sanderijn komt helemaal overstuur het podium op. Ze voelt zich onteerd en besluit dat ze het Deense hof zo ver mogelijk zal ontvluchten. Maar het lot is haar gunstig gezind. Ergens in Afrika vindt ze een wat primitieve maar goedaardige ridder die haar ten huwelijk vraagt. Met Lanseloet van Denemarken loopt het ondertussen slecht af: hij krijgt spijt dat hij de liefde van Sanderijn verbeurd heeft en wanneer blijkt dat hij haar niet kan terughalen, sterft hij van verdriet.

In tegenstelling tot de andere abele spelen Esmoreit en Gloriant loopt Lanseloet voor de titelheld slecht af. Zo vormt dit toneelstuk ook nog eens de vroegste tragedie in het heroplevende seculiere theater na de middeleeuwen. Dat aangrijpend tragische karakter helpt wellicht het succes te verklaren dat Lanseloet méér nog dan de andere stukken te beurt is gevallen. Behalve in een middeleeuws afschrift is Lanseloet van Denemerken bewaard in een aantal drukken van de vijftiende tot de achttiende eeuw.

Maar het stuk heeft ook eeuwenlang tot het levende toneelrepertoire behoord. Het recentste bewijs van een opvoering vóór de literairhistorische herontdekking van de middeleeuwen verwijst naar het begin van de achttiende eeuw. Op een handgeschreven document met de rol van Sanderijn heeft iemand genoteerd dat 'dese rolle' nog gespeeld werd in het jaar 1720. Ook in onze tijd is het stuk veelvuldig en met succes opgevoerd, onder meer in een operabewerking door Renaat Veremans.

Meer weten?

Uitstekende edities van dit werk:

 
Omzettingen in hedendaags Nederlands:
  • Lanseloet van Denemerken: gevolgd door Die Hexe. Tekst en vertaling: H. Adema. Leeuwarden: Taal en teken, 2004.
  • De abele spelen bewerkt door Gerrit Komrij. 's-Gravenhage, SDU-uitgeverij, 1989, p. 207-271.
 
Vertaling in het Engels:
  • Netherlandic Secular Plays from the Middle Ages. The "Abele Spelen" and the Farces of the Hulthem Manuscript. Translated with Introduction and Notes by Theresia de Vroom. Ottawa: Dovehouse Editions, 1997, p. 154-187.
 
Uitvoeringen:
 
Apps en Links
 
Achtergrondliteratuur:
Lanseloet van Denemerken - Daniel

De auteur is onbekend. Hij moet een Brabander zijn geweest, die actief was aan het eind van de veertiende eeuw.
 
Het is niet uitgesloten dat hij de auteur is van het hele toneelcorpus dat in het handschrift-Van Hulthem is bewaard: de vier abele spelen (behalve Lanseloet van Denemerken ook Esmoreit, Gloriant en Vanden winter ende vanden somer) en vijf korte kluchten of sotternieën  (Lippijn, Die buskenblaser, Die hexe, Drie daghe here en Rubben).

context