Mariken van Nieumeghen


begin 16de eeuw, theater
Mariken van Nieumeghen

Een jonge vrouw leeft zeven jaar samen met de duivel, krijgt vervolgens berouw en slaagt er door middel van boetedoening in om vergiffenis van haar zonden te bekomen. 

Met dit weliswaar weinig alledaagse maar toch vrij rechtlijnige gegeven creëerde de anonieme auteur van Mariken van Nieumeghen een van de meest grandioze werken uit de Nederlandstalige literatuur. Die auteur was wellicht een rederijker. Daarop wijst bijvoorbeeld de lofzang op de retorica die in een typisch rederijkersgenre in dit werk voorkomt, namelijk het refrein. Mariken moet ontstaan zijn aan het begin van de zestiende eeuw. De oudste tekstgetuige is immers een Antwerps drukje van omstreeks 1515.

De meest in het oog springende kwaliteit van Mariken is de brede, levendige en kleurrijke vertelling. In het beperkte bestek van iets meer dan 1100 verzen gaan 35 jaar voorbij en verplaatst de handeling zich van Nijmegen naar Antwerpen, Keulen, Rome en Maastricht. Onderweg zijn we getuige van vechtpartijen, kwakzalverij en geometrische spitsvondigheden in een herberg in Antwerpen en van een wagenspel in Nijmegen. Het hoofdpersonage wordt hoog de lucht in geslingerd en vervolgens levend en wel van de straatstenen geraapt, en in Rome gaan we bij de paus op visite. Allemaal echt gebeurd, zo wordt ons op het eind van het verhaal op het hart gedrukt. Door een ingenieuze opeenvolging van vertellende passages in proza en dramatische scènes in verzen houdt de auteur de lezer moeiteloos aan het verhaal gekluisterd.

Maar het is toch vooral de karakterisering van de personages die aan Mariken zijn diepgang verleent en die dit verhaal zo doet beklijven: de kwaadaardige maar ook charmante Moenen, de trouwe en liefdevolle oom Gijsbrecht, zijn hysterische zuster, en natuurlijk het hoofdpersonage zelf. Mariken fungeert in het verhaal in de eerste plaats als voorbeeld van de kracht van het berouw. De auteur heeft haar daarnaast toch ook een complexiteit en een psychologische ontwikkeling meegegeven die de conventies van het exempel – het genre waartoe deze tekst behoort – ver overschrijden.

Bij de aanvang van het verhaal is Mariken een onschuldig jong meisje. Bij Moenen leeft ze in zonde maar ontwikkelt ze zich tegelijk ook tot een zelfbewuste jonge vrouw die de zeven vrije kunsten en alle talen van de wereld wil leren. Na zeven jaar komt ze tot inzicht en wil ze boete doen. Er zal haar uiteindelijk vergiffenis worden geschonken, maar tegen een zware prijs. Mariken leeft een kwarteeuw lang met dikke ijzeren ringen rond haar hals en polsen in een klooster in Maastricht. Twee jaar nadat de ringen eindelijk afvallen, sterft ze. De duizend voorafgaande verzen van Mariken van Nieumeghen getuigen net iets te veel van de volheid van het leven om dit slot echt troostend te maken.

Meer weten?

  • Het verhaal van Mariken werd in 1974 verfilmd door Jos Stelling.
  • In 2000 maakte André van Duren de jeugdfilm Mariken (met onder andere Jan Decleir en Ramsey Nasr), naar het gelijknamige op de Mariken van Nieumeghen geïnspireerde jeugdboek van Peter van Gestel. Dat boek werd veelvuldig bekroond.
  • In de stad Nijmegen staan twee standbeelden van Mariken van Nieumeghen, een op de Grote Markt en een ander aan de Sint-Stevenskerk.
  • In dit filmpje legt neerlandicus Samuel Mareel uit wat hij zon bijzonder vindt aan Mariken van Nieumeghen:
Mariken van Nieumeghen - Daniel

Over de auteur van dit mirakelspel is nauwelijks iets geweten.
 
Een aantal stilistische bijzonderheden doet ons vermoeden dat de schrijver een rederijker was. De Brabantse taal van de verspassages wijst op een Antwerpse oorsprong.
 
Inhoudelijk kon de auteur van de theatertekst zich wellicht baseren op een oudere prozatekst die hetzelfde verhaal vertelde. Die versie ontstond wellicht in Noord-Nederland en werd geschreven door iemand die vertrouwd was met de situatie in Gelderland.

context