Kies je taal:

De donkere kamer van Damokles
Willem Frederik Hermans


1958, proza
Donkere Kamer 1958 Dokavandamokles

De donkere kamer van Damokles (1958) van Willem Frederik Hermans (1921-1995) is een van de talloze romans in het Nederlandse taalgebied waarin de Tweede Wereldoorlog een belangrijke plaats inneemt.

Als zodanig staat hij naast andere hoogtepunten uit de naoorlogse literatuur, zoals Mijn kleine oorlog (1947) van Louis Paul Boon, Het boek Alfa (1963) van Ivo Michiels, De aanslag (1982), De ontdekking van de hemel (1992) en zowat het hele oeuvre van Harry Mulisch; of De verwondering (1962) en Het verdriet van België (1983) van Hugo Claus.

Sinds het verschijnen van De donkere kamer van Damocles zijn er meer dan een miljoen exemplaren van het boek verkocht. Ook de verfilming ervan in 1963 door Fons Rademakers onder de titel Als twee druppels water was een groot succes.

Willem Frederik Hermans
De affiche van de succesvolle verfilming door Fons Rademakers.

Met zijn roman De tranen der acacia’s (1948) had Hermans het geïdealiseerde beeld van het verzet al ontluisterd. Bedrog, toeval, misverstand en cynisme spelen er een grotere rol dan louter heldhaftigheid. In De donkere kamer van Damokles gaat hij nog een stap verder. De grenzen tussen schuld en onschuld, waarheid en bedrog worden er helemaal weggevaagd. Tot op het einde blijft de lezer in het ongewisse omtrent de vraag of het hoofdpersonage Henri Osewoudt een verzetsheld dan wel een verrader is geweest. Osewoudt is een baardloze jongeman met een bleek meisjesgezicht en dunne blonde haren, afgekeurd voor het Nederlandse leger: 

Hij had geen neus, maar een neusje. Zijn ogen maakten ook in ruststand de indruk dat hij ze samengeknepen hield alsof hij alleen maar loeren kon en niet gewoon kijken. Zijn mond deed denken aan de opening waardoor laagstaande dieren hun voedsel opnemen, geen mond die ook lachen en praten kon. En dan zijn bolle wangen en het witte zijdeachtige haar […].

Deze zielige figuur krijgt bij het begin van de oorlog onverwacht bezoek van een zekere Dorbeck, een officier in het Nederlandse leger, die op hem gelijkt ‘zoals een negatief van een foto lijkt op een positief’. De geheimzinnige Dorbeck geeft Osewoudt allerlei opdrachten en betrekt hem zo bij het verzet. Op die manier wordt het onbeduidende mannetje Osewoudt een held, die zelfs niet breekt wanneer hij door de Duitse bezetter gevangen genomen en gefolterd wordt. Maar altijd blijft het besef dat hij zelf, zonder zijn dubbelganger Dorbeck, niets voorstelt.   

Bij de bevrijding blijkt Dorbeck echter onvindbaar en alle verzetsdaden van Osewoudt worden nu uitgelegd als sabotage en verraad in dienst van de bezetter. Zij worden nu als het ware de negatieven van wat in de ogen van Osewoudt positieve acties waren geweest. Enkel Dorbeck zou de waarheid aan het licht kunnen brengen. Maar die blijkt onvindbaar. Bestaat hij wel of is hij een hersenspinsel van de overspannen geest van Osewoudt? Niemand weet het, ook de lezer niet.

De donkere kamer van Damokles is tegelijk een spannende avonturenroman met tal van verwikkelingen en een psychologische roman over de poging van Osewoudt om boven zichzelf uit te stijgen en zijn miezerige bestaan een zin te geven. Maar bovenal is het een illustratie van Hermans’ visie op de werkelijkheid, zoals hij die heeft geformuleerd in zijn opstel ‘Experimentele romans’ uit hetzelfde jaar als dat waarin de roman verscheen: ‘Wie goed om zich heenziet, ontwaart geen eenheid van handeling, maar veelheid en zinneloosheid van handeling, verwarring, chaos en verveling.’ Oorlog en bezetting zijn bij uitstek geschikt om die opvatting te demonstreren.


Op deze pagina vind je audio- en videomateriaal over W.F. Hermans en De donkere kamer van Damokles.

Dokavandamokles

Context