Karakter
F. Bordewijk


1938, proza
Karakter

Karakter vertelt het verbijsterende verhaal van Jacob Willem Katadreuffe, de onechte zoon van Jacoba Katadreuffe en deurwaarder Arend Barend Dreverhaven. Deze drie karakters verhouden zich tot elkaar als water en vuur. Ze doen mekaar voortdurend de duvel aan, maar worden ook onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken.

Jacoba, als dienstmeisje overweldigd door haar baas Dreverhaven, weigert tot driemaal toe een huwelijksaanzoek van de deurwaarder en weigert ook elke cent van hem. Toch blijft er wederzijdse fascinatie… De alleenstaande moeder voedt haar zoon met liefdevolle maar harde hand op, doorheen miserie en armoede. Ze vecht en ploetert en is opgelucht als hij eindelijk het huis uitgaat om op eigen poten te staan. Jacob Willem Katadreuffe spreekt over zijn moeder, ‘die zo van hetzelfde bloed was als hij, dat zij elkaar niet verdroegen’, alleen in termen van ‘haar’ en ‘zij’.

Dreverhaven spant echter de kroon als onmogelijk karakter. Hij is niet alleen een meedogenloze deurwaarder, hij boycot ook op alle mogelijke manieren zijn zoon, die enkel lagere school heeft gelopen en die vastberaden en met bijna onmenselijke inspanningen advocaat wil worden. Tot drie keer toe laat de vader zijn zoon failliet verklaren. Alleen de laatste keer lukt dat niet. Naarmate Katadreuffe hardnekkig en verbeten vechtend en studerend zijn doel in het vizier krijgt, verandert ook zijn karakter: ‘van lieverlede werd hij wat menselijker (…). Hij voelde wel eens deernis, hij was ook wel eens verborgen enthousiast.’

Parallel daaraan neemt de wreedheid en de machtsgeilheid van deurwaarder Dreverhaven nog toe, maar de vader kan niet meer verhinderen dat zijn zoon advocaat wordt. Met zijn diploma en zijn titel in de hand maakt Katadreuffe de balans op, en hij breekt uiteindelijk met zijn vader. Zijn moeder heeft tering en is stervende; zijn enige vriend Jan Maan, een uitbundige arbeider met communistische sympathieën is hem vreemd geworden en het meisje Lorna te George ‘wier warmte hij had versmaad’ is uit arren moede met iemand anders getrouwd: ‘het was alles een droefheid’.

De ‘Roman van zoon en vader’, zoals de ondertitel luidt, begint in razende vaart en leest als een spannend verhaal. Maar als Katadreuffe als jongste bediende mag beginnen werken op een advocatenkantoor, waar hij zich bewust wordt van zijn ambitie, vertraagt het tempo. De auteur, Ferdinand Bordewijk, heeft na zijn eigen rechtenstudies een aantal jaar op een advocatenkantoor gewerkt. Hij voert beklijvende personages op, met vaak karikaturale trekken en namen: Stroomkoning, Rentenstein, De Gankelaar, en ook Hamerslag en Hieperboree, de wrede handlangers van Dreverhaven.  In erg beeldend  en plastisch taalgebruik komen deze personages tot leven.

De auteur becommentarieert hen ook, grappig, cynisch en niet altijd even vrouwvriendelijk. Katadreuffe vindt de typiste Van de Born bijvoorbeeld ‘met al haar jeugd hoogst hinderlijk geëmancipeerd’ en als juffrouw Kalvelage hem een opdracht geeft, voelt hij zich aanvankelijk ‘vaag vernederd’, maar dat gevoel verdwijnt ‘want hij moet niet de bevelen opvolgen van een meisje. Dit wezentje had geen sekse, een meisje was het zeker niet, eer een soort Kobold’. Maar dat beeld wordt later bijgesteld, en Kalvelage toont zich een bijzonder intelligente, humoristische en zelfverzekerde vrouw.

Karakter is een intrigerende tocht doorheen de donkere psyche van de mens. Geen enkele van de personages is ééndimensionaal. Het succes van de verfilmingen van dit boek toont bovendien aan dat de thematiek tijdloos en universeel is. In een canon van de Nederlandstalige literatuur kan het dan ook niet ontbreken.

Karakter - Daniel

F. Bordewijk

F. Bordewijk
Ferdinand Bordewijk (1884-1965) debuteerde onder het pseudoniem Ton Ven met een poëziebundel, maar was toch vooral een voortreffelijk prozaschrijver. De roman Karakter (1938) is daarvan een duidelijke illustratie.
 
Ook de verhalenbundels Fantastische vertellingen (1919, 1923, 1924), de drie korte romans Blokken (1931), Knorrende beesten (1933) en Bint (1934) en de roman Rood paleis (1936) zijn veelvuldig geprezen. Van zijn naoorlogse publicaties zijn vooral de romans Noorderlicht (1948) en Bloesemtak (1955) bekend.
 
Door zijn strakke, zakelijke stijl wordt Bordewijk beschouwd als een vertegenwoordiger van de nieuwe zakelijkheid. Karakteristiek voor die kunststroming is de eenvoudige, directe stijl ervan.
 
Bordewijk combineerde zijn schrijversactiviteiten met zijn beroep als advocaat. Hij was ook voorzitter van de Ereraad voor letterkunde (die na WO II optrad tegen collaborateurs), en van de Jan Campertstichting ter bevordering van de Nederlandse letterkunde.
 
Het talent van Bordewijk kreeg veel erkenning. Hij ontving onder meer de P.C. Hooftprijs (in 1953) en de Constantijn Huygensprijs (in 1957). Na zijn dood werd er zelfs een literaire prijs naar hem vernoemd. De F. Bordewijkprijs voor proza wordt nog altijd jaarlijks uitgereikt.

context

ontdek

  • Bordewijk centrale figuur in literair salon

    Op 18 december staan F. Bordewijk en zijn echtgenote Johanna Roepman centraal in…

    Lees verder