Kies je taal:

Dichtertje - De Uitvreter - Titaantjes
Nescio


1918, proza
Nescio Cover Dichtertjeuitvretertitaantjes

In 1918 verschijnt de novellecyclus De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje van Nescio, het pseudoniem van de Nederlandse zakenman Jan Hendrik Fredrik Grönloh (1882–1961).

De verhalen van Nescio zijn ontroerend en eigenlijk tragisch van inhoud, maar ze worden bijna lichtvoetig verteld.  Ze gaan over een aantal jonge vrienden die onherroepelijk op weg zijn naar volwassenheid en burgerdom. Vooral de schilder Bavink en de ik-figuur Koekebakker zijn beklijvende personages.

De uitvreter begint met de iconisch geworden zin: ‘Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.’ Zijn naam is Japi en wanneer Bavink hem vraagt of hij ook schildert, antwoordt hij: ‘Nee, Goddank, (…) en ik dicht ook niet en ik ben geen natuurvriend en geen anarchist. Ik ben Goddank helemaal niks.’ Japi komt dan maar bij Bavink en Koekebakker eten en drinken en slapen en verdwijnt dan weer en komt weer terug… het bohemienleven van de jonge vrienden, nog voor de gruwelen van de eerste wereldoorlog, wordt erg beeldend verteld en doorspekt met ironie en humor.

De brug in Nijmegen, waar Japi in Nescio's ‘De uitvreter’ van afstapt: ‘Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt’.

In Titaantjes wordt de toon nog somberder, het heimwee naar ‘vroeger’ is soms pijnlijk tastbaar: ‘Het was een wonderlijke tijd. Als ik er even over nadenk, dan moet die tijd nog voortduren, die duurt zolang er jongens van 19, 20 jaar rondlopen. Maar voor ons is hij lang voorbij’, net als de illusie dat ‘wij er nog heel wat van terecht zouden brengen’. Want ondertussen leiden ze een burgerbestaan, als klerk, als ‘gezel’ van een rijke weduwe, of, voor de minst fortuinlijke, als uitgebuite arbeider in de gasfabriek, of nog triester:’ Bavink heeft ’t tegen die Godverdomde dingen afgelegd’ en eindigt in een ‘gesticht voor zenuwpatiënten’.  De slotparagraaf is wrang, maar tegelijk poëtisch en troostend:  

‘Nieuwe Titaantjes zijn al weer bezig kleine rotsblokjes op te stapelen om ’m van z’n verhevenheid te storten en dan de wereld eens naar hun zin in te richten. Hij lacht maar en denkt: ‘Goed zoo jongens, zoo mal als je bent, ben je toch me liever dan die mooie wijze heeren. ’t Spijt me dat je je nek moet breken en dat ik die heeren moet laten gedijen, maar ik ben ook God maar.’  

Dichtertje is een grimmig verhaal, het staat ook los van de voorgaande. Het is geschreven tijdens WO I en het klinkt dan ook onheilspellend: ‘Sedert dertig jaar hield de God van Nederland niet van dichters’. En daar is dichtertje de dupe van. Dichtertje is getrouwd met de goede Coba, de moeder van zijn dochtertje. Gedwee schrijft zij de manuscripten van haar man over. Als zij toch ietwat ongerust wordt als die verhalen erotisch en opstandig worden, ontlokt dat aan haar man de onsterfelijke woorden: ‘Ze moet toch den auteur weten te onderscheiden van meneer Nescio.’ Maar dichtertje pleegt de ultieme opstand tegen god en fatsoen en gaat er uiteindelijk aan ten onder.

Het werk van Nescio is een kleinood dat zijn glans niet verloren heeft. Je staat ervan versteld dat deze teksten meer dan een eeuw geleden zijn geschreven, want zowel de thematiek als de taal zijn ontzettend fris en actueel. Zijn verzameld werk is nog minder omvangrijk dan dat van zijn Vlaamse leeftijdsgenoot Willem Elsschot (1882–1960), met wie hij niet alleen stilistisch en qua ironische toon overeenkomsten vertoont, maar ook biografisch. Net als De Ridder werd Grönloh een zakenman. Hij schopte het tot directeur van de exportfirma waar hij in 1904 was begonnen te werken.

Maar er zijn ook verschillen: Nescio beschrijft een verleden dat tot de verbeelding spreekt, dat van de dichter-bohemien, waarschijnlijk ook geïnspireerd door zijn verblijf als prille twiniger in een een idealistische kolonie in Huizen.  

De lezende Nescio aan de Rijksstraatweg te Ubbergen (Ronald Tolman, 1991)


Joost Swarte illustreert Nescio

Op deze pagina vind je beeldmateriaal over Nescio.

Dichtertjeuitvretertitaantjes

Context