facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Max Havelaar
Multatuli


1860, proza
Multatuli Cover

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N° 37. Zo luidt de befaamde eerste zin van een roman die in 1860 verscheen, die door de jaren heen veelvuldig werd herdrukt en die in meer dan 140 talen werd vertaald. De verwijzing naar koffie zit ook in de volledige titel van het boek: Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy.

De makelaar in koffie, Batavus Droogstoppel, is de belichaming van de godvruchtige huichelaar, een benepen maar hoogdravende femelaar die het eigen profijt laat voorgaan op het welzijn van de medemens. Hij heeft een afkeer van literatuur omdat verhalen onwaarheden zouden bevatten en de dichterlijke verwoording ongewenste emoties kan opwekken. Zijn boek is de Bijbel, maar ook uit het woord van God haalt hij zijn voordeel.

Wanneer een verarmde schoolvriend die bij gebrek aan een jas een sjaal heeft omgeslagen, een pak met teksten achterlaat met de vraag of Droogstoppel hem met de uitgave van een boek kan helpen (om zo enig inkomen te verwerven), komt dat ongelegen. Droogstoppel schuwt immers de armen. Maar wanneer hij de diverse artikelen van het ‘Pak van Sjaalman’ doorneemt, gaat hij er met zijn handelsgeest van uit dat hij zich met de geschriften kan verrijken en zet hij een stagiair, Ernest Stern, aan het werk om de teksten te bewerken. Stern wordt een van de vertellers van de roman, en de toehoorders (de familie Rosemeyers) raken danig onder de indruk van de verhalen.

Sjaalman, eigenlijk Max Havelaar, is het hoofdpersonage en de tegenpool van Batavus Droogstoppel. Hij is oprecht, medelevend en genereus en verdraagt geen onrecht. Met zijn licht ontvlambare gemoed en zijn levendige verbeelding doet hij aan Don Quichot denken. Havelaar is assistent-resident in Lebak, een gemeente in de Javaanse provincie Bantam. Na een aanklacht tegen de uitbuiting en de rechteloosheid van de Javanen krijgt hij ‘eervol ontslag’.

Zijn lotgevallen zijn gebaseerd op de belevenissen van Eduard Douwes Dekker, die met zijn boek als klokkenluider optrad. De aanklacht tegen het koloniale stelsel, met de beschrijving van het onrecht en de armoede die er het gevolg van waren, lokte meteen bij de verschijning van het boek heftige reacties uit. Men verweet de schrijver een gebrek aan vaderlandsliefde en ontkende de gelijkwaardigheid van de inlanders of hun armzalige toestand. Maar ook de vorm van de roman, een raamvertelling met allerlei geestige uitweidingen en ingebedde verhalen, werd bevreemdend gevonden. Men miste een duidelijke verhaallijn en een plot, maar geen lezer die niet onder de indruk was van de meesterlijke verwoording. De toespraak tot de hoofden van Lebak en het liefdesverhaal van Saïdjah en Adinda waren illustratief voor de wantoestanden in Nederlands-Indië, maar het was door de inwerking van de literatuur dat er ook een emotionele betrokkenheid ontstond.

Tegen de tijd dat Multatuli (= ‘ik heb veel gedragen’) aan het slot van de roman het verhaal van Stern overneemt, met een oproep tot Koning Willem III om zich om het lot van de Javanen te bekommeren en hen een menswaardig bestaan te garanderen, heeft de lezer zich ingeleefd in een geëngageerde roman, die vanwege de derdewereldproblematiek erg actueel blijft. Hij of zij heeft ook genoten van een literair meesterwerk, al dan niet bij een kopje koffie van het fairtrademerk ‘Max Havelaar’.

Maxhavelaar

Multatuli

Multatuli

Multatuli, oftewel Eduard Douwes Dekker (Amsterdam, 1820 – Nieder-Ingelheim, 1887), werd geboren als zoon van een scheepskapitein. Hij maakte zijn studies niet af en vergezelde zijn vader op achttienjarige leeftijd op een reis naar Nederlands-Indië, vandaag Indonesië. Daar trad hij in overheidsdienst en bekleedde hij verschillende baantjes. Uiteindelijk schopte hij het tot assistent-resident van Lebak, waar hij echter werd ontslagen nadat hij het machtsmisbruik van de heersende klasse aan de kaak stelde.

Hij probeerde vervolgens nog op andere plaatsen tevergeefs in de koloniale dienst te blijven, maar keerde uiteindelijk gedesillusioneerd naar Europa terug. Hij strandde uiteindelijk in Brussel, waar hij op enkele weken tijd zijn ervaringen in Nederlands-Indië verwerkte in de roman Max Havelaar (1860), die als zijn meesterwerk wordt beschouwd. In de decennia die volgden wijdde hij zich exclusief aan de literatuur.

Multatuli’s meesterwerk was niet zijn eerste literaire wapenfeit. Zo had hij bijvoorbeeld al in 1843 een toneelstuk geschreven. Hij bouwde echter vooral na 1860 een tamelijk omvangrijk oeuvre op. Andere bekende werken van hem zijn de roman Woutertje Pieterse (in boekvorm in 1890), het toneelstuk Vorstenschool (1875) en zijn zevendelige Ideen (1862-1877), waarin behalve aforismen en korte stukjes proza ook toneelstukken en parabels zijn opgenomen.

Multatuli wordt echter vooral herinnerd voor zijn Max Havelaar, die een onmiskenbare invloed heeft gehad op de latere literatuur en ook maatschappelijk deining veroorzaakte. Zo vormde de roman een inspiratiebron voor de emancipatie van vrouwen en arbeiders in binnen- en buitenland. Dat bijvoorbeeld een fairtrade koffiemerk vernoemd is naar Max Havelaar, toont hoe die invloed ook vandaag nog voelbaar is. 

Context