Karel ende Elegast


voor 1325, ridderroman
Karel ende Elegast

In de overvloed aan middeleeuwse teksten over Karel de Grote valt Karel ende Elegast op door zijn beperkte lengte (1403 versregels), maar meer nog door zijn literaire kwaliteiten. De plot is relatief eenvoudig en toch heel spannend. Het meeslepende verhaal wordt gekenmerkt door een geraffineerd gebruik van verteltechnieken en bevat een duidelijke les. Karel ende Elegast laat op overtuigende wijze zien dat de middeleeuwse vertelkunst heel goed een aantrekkelijke balans wist te vinden tussen beleving en belering.

Het verhaal opent met Karel de Grote, slapend in zijn kasteel te Ingelheim. Dan gebiedt een engel hem driemaal om op te staan, zich te wapenen en te gaan stelen. Karel is verontrust: van wie komt de boodschap en waarom moet hij gaan stelen? De drievuldigheid van de boodschap overtuigt hem van haar goddelijke herkomst, dus hij besluit te gehoorzamen, ook al moet hij daarvoor het dievenpad op. Karel weet – net als het publiek – niet waarom hij van God deze opdracht krijgt, maar wel dat het een zaak van leven of dood is. Hij vertrekt onopgemerkt en treedt alleen het dreigende woud binnen.

Daar ontmoet hij Elegast, een vroegere vazal die hij wegens een vergrijp zwaar veroordeeld heeft, maar die zijn vroegere leenheer desondanks trouw is gebleven. Karel stelt zich voor als Adelbrecht, dief van beroep, en Elegast herkent hem niet. Als Karel voorstelt om gezamenlijk bij de koning in te breken – bij zichzelf dus – weigert Elegast verontwaardigd. Ze besluiten dan maar naar Eggermonde te gaan, de burcht van Karels schoonbroer Eggeric. Met magie weet Elegast de burcht binnen te dringen, en in Eggerics slaapkamer is hij getuige van een ruzie tussen Eggeric en diens vrouw, Karels zus. Zo verneemt Elegast dat Eggeric de volgende dag Karel wil doden. Elegast vertelt aan Karel/Adelbrecht wat hij gehoord heeft, maar wil zelf Karel niet gaan waarschuwen, uit angst voor diens woede. Karel biedt dan zelf aan de koning te waarschuwen. De volgende dag kan Eggeric onschadelijk worden gemaakt en wordt Elegast in ere hersteld.

Binnen de beperkte omvang van het verhaal weet de dichter toch een grote spanning op te bouwen. Hij doet dat bijvoorbeeld met de inbraak in Eggermonde, maar zeker ook door de clou – Karel moet gaan stelen om het moordplan van Eggeric te ontdekken – relatief lang uit te stellen. Komische momenten zijn er ook, bijvoorbeeld wanneer Karel aan Elegast vertelt dat hij met een ploegschaar wil inbreken in een kasteel (en daarmee duidelijk maakt dat hij geen professionele inbreker is).

Het verhaal is helder gestructureerd, met een duidelijke rondgang langs de verhaalruimten. Die plekken corresponderen telkens met het optreden van de verschillende personages. Het begint in Ingelheim (Karel alleen), verplaatst zich dan naar het woud (Karel en Elegast) en vervolgens naar Eggermonde (Karel, Elegast, Eggeric, Eggerics vrouw), om weer te eindigen in Ingelheim (alle personages, Karel als vorst omringd door zijn hofhouding). Die opbouw wordt ondersteund door een subtiel gebruik van diverse literaire technieken, zoals die van de ‘dubbele lens’: een verhaalgegeven wordt eerst op nuchtere, objectieve wijze beschreven door de verteller en daarna op bewogen, subjectieve wijze toegelicht door een personage, dat daarmee een grote psychologische diepgang krijgt.

De moraal van het verhaal? Door te gehoorzamen aan Gods bevel beseft Karel dat hij Elegast te zwaar veroordeeld heeft en Eggeric ten onrechte vertrouwde. Door zich te gedragen als een goed leenman van God, de opperste leenheer, leert Karel dus zelf een betere leenheer te zijn.

Meer weten?

Een uItstekende editie van dit werk:

  • Karel ende Elegast. Bezorgd door Geert Claassens, 5e druk (Alfa Literaire Teksten uit de Nederlanden). Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012.
 
Omzetting in hedendaags Nederlands:
  • Karel ende Elegast. Samengesteld door Hubert Slings (Tekst in context 1). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997.
  • Karel ende Elegast. Het mooiste Nederlandse ridderverhaal uit de Middeleeuwen.Vertaald door Karel Eykman. Bezorgd en ingeleid door A.M. Duinhoven (Nederlandse Klassieken). Amsterdam: Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, 1998.
 
Achtergrondliteratuur:
  • Evert van den Berg en Bart Besamusca (eds.), De epische wereld. Middelnederlandse Karelromans in wisselend perspectief. Muiderberg: Coutinho, 1992.
  • Hans van Dijk, ‘Karel de Grote’, in: W.P. Gerritsen en A.G. van Melle (red.), Van Aiol tot de Zwaanridder. Personages uit de middeleeuwse verhaalkunst en hun voortleven in literatuur, theater en beeldende kunst. Nijmegen: SUN, 1993, p. 186-196.
  • Herman Vekeman, ‘De verhaaltechniek in “Karel ende Elegast”’, in: Spiegel der Letteren 13 (1970-1971), p. 1-9.
 
Om te luisteren:
  • Via de website (en de bijhorende app) vogala.org kun je de openingsscène van Karel ende Elegast beluisteren (verzen 1-165), gelezen door Rick de Leeuw.
Karel ende Elegast - Daniel

De auteur van deze korte Karelroman is onbekend. Vermoedelijk was hij een Vlaming en leefde hij in de dertiende eeuw. Recent stilistisch onderzoek heeft nieuwe argumenten aangebracht voor de hypothese dat hij ook de auteur zou zijn van twee Arturromans: de Moriaen en de Lantsloot vander Haghedochte.

context