facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

De Avonden
Gerard Reve


1947, proza
Reve Cover

Behalve het verstrijken van de laatste tien dagen van 1946 gebeurt er in De Avonden nagenoeg niets. En toch is het een wonderlijke roman.

Op zondag 22 december bevinden we ons op de eerste verdieping van een etagewoning aan de Amsterdamse Schilderskade. Ze wordt bewoond door de familie Van Egters, die bestaat uit een immer lezende vader, een immer mopperende en onhandige moeder, en hun drieëntwintigjarige zoon Frits, die kantoorbediende is. Frits ergert zich voortdurend aan de slechte tafelmanieren van zijn ouders, en is geobsedeerd door de dood. Hij vreest de laatste dag van het jaar niet meer te zullen halen, want overal ziet hij sporen van verval.

Haaruitval staat daarbij voorop. Bij elk ontmoeting met zijn getrouwde broer of zijn vrienden komt hun reële of ingebeelde, voortschrijdende kaalheid te sprake. Ook jaagt hij iedereen op stang met zijn griezelverhalen. Hij is bijzonder spits en praat bovendien, tot jolijt van de anderen, nu eens hoogdravend dan weer plechtstatig. Voortdurend gaan hem obscene verhalen, scabreuze oordelen en wanhopige schietgebedjes door het hoofd.

Op maandag 23 december vergezelt hij Joop naar een reünie van het Berendsgymnasium, dat hij niet heeft afgemaakt. Met zijn absurde griezelverhalen wil hij zijn afgestudeerde vrienden alsnog overtroeven.

De volgende dagen kennen eenzelfde eentonig verloop. Naarmate het jaareinde nadert, groeit zijn doodsangst. De gedetailleerde beschrijving van verveling, schaarste en verval wijst erop dat Frits naar schoonheid verlangt, maar die valt sinds de oorlog nergens meer te bespeuren. Het geringste mankement vergroot hij daarom uit tot een naderende catastrofe.

Aan Kerstmis doen de Van Egters niet. Ook Oudejaarsavond wordt niet gevierd. Moeder heeft nochtans een fles wijn gekocht. Althans, dat denkt ze. In werkelijkheid kocht ze een fles bessensap. Om twaalf uur wensen ze elkaar een gelukkig nieuwjaar, drinken een glas bessensap en gaan daarna naar bed. Troostelozer kan niet. In de badkamer overvalt Frits opeens een euforisch gevoel.

‘Ik leef,' fluisterde hij, ik adem. En ik beweeg. Ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren?' Opgelucht zuigt hij zijn longen vol lucht en kruipt onder de wol. 'Alles is voorbij,' fluisterde hij,' het is overgegaan. Het jaar is er niet meer.' […] 'Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.' Waarna hij in een diepe slaap valt.

De Avonden choqueerde destijds de literaire wereld omdat de roman voelbaar maakte dat de verheven waarden van vóór de oorlog waardeloos waren gebleken. Ze hadden plaats gemaakt voor een illusieloze, saaie overlevingsroutine van alledag, die jong en oud ertoe dwong ‘klein te leven’. Een boek of een krant lezen, naar de radio luisteren, praten met vrienden, sigaretten roken, naar de bioscoop gaan. Ruimte voor grootsheid en avontuur was er niet meer. Op alles werd bespaard: op kolen, op voedsel, op tabak, op elektriciteit. Behalve op nachtmerries. Die heeft Frits elke nacht.

Dat dit boek allesbehalve saai en vervelend is, komt grotendeels door de cynische dialogen, de obsessie met ziektes en verval, en de haarscherpe observaties van talloze onbenulligheden. Dat alles samen zorgt voor een uitermate hilarisch effect.

Het boek blijft tot op heden vele jonge schrijvers inspireren, hetzij inhoudelijk, hetzij stilistisch. Reve maakt met De Avonden dus tot op heden school.

Deavonden

Gerard Reve

Reve 1969

Gerard Reve (Amsterdam, 1923 – Zulte, 2006) wordt, samen met zijn tijdgenoten W. F. Hermans en Harry Mulisch, gerekend tot de ‘Grote Drie’ van de naoorlogse literatuur in Nederland. Dat heeft hij mede te danken aan zijn oeuvre, maar evengoed aan zijn kleurrijke levensloop. Hij werd geboren in een gegoed milieu van Amsterdamse intellectuelen en werkte vanaf 1943 enkele jaren voor de krant Het Parool. Vanaf zijn romandebuut De avonden (1946), dat deels autobiografisch te lezen is, legde hij zich toe op de literatuur. Hij is vooral bekend om zijn proza, maar schreef ook gedichten en toneelstukken. In 1948 trouwde hij met de dichteres Hanny Michaelis, een huwelijk dat tien jaar zou duren, tot Reve zich in de jaren vijftig outte als homoseksueel. Hij leefde tot aan zijn dood in Nederland, Frankrijk en België samen met diverse partners, die in zijn werk opduiken onder koosnaampjes als Teigetje of Woelrat.

Reves werk lokte van in het begin controverse uit. De avonden werd, als afrekening met de naoorlogse kleinburgerlijkheid, op gemengde reacties onthaald, en ook later werk kende voor- en tegenstanders. Zo werd hem in de jaren vijftig een reisbeurs geweigerd omdat de novelle Melancholia, waarin sprake was van masturbatie, in strijd zou zijn met de openbare orde en goede zeden. Daarop trok Reve enkele jaren naar Engeland, waar hij in het Engels schreef. Hij keerde echter in de late jaren vijftig terug naar Nederland, waar hij steeds meer naam maakte.

In 1966 trad Reve toe tot de katholieke kerk, en zijn geloof speelde een belangrijke rol in zijn werk. Hij was de ‘vader’ van het zogenaamde Revisme, waarin katholicisme en erotiek hand in hand gingen. Omwille van die combinatie werd Reves werk soms als godslasterend gezien. Zo moest hij in 1966 voor de rechtbank verschijnen omdat hij in een passage had beschreven hoe hij gemeenschap zou hebben met een als ezel geïncarneerde God. Reve werd in 1968 in beroep vrijgesproken, maar de aanvaring met de autoriteiten is kenmerkend voor de controversiële positie die hij als auteur innam in de Nederlandse letteren.

Hoewel De avonden (1946) veruit Reves bekendste boek is, oogstte hij ook lof met de autobiografische novelle Werther Nieland (1949), de briefromans Op weg naar het einde (1963) en Nader tot U (1966), en met De taal der liefde (1972) en Het Boek Van Violet En Dood (1996). Reve sleepte met zijn werk diverse prijzen in de wacht. De avonden werd bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. Verder ontving hij onder meer de P. C. Hooftprijs in 1968. Toch bleef tot op het einde een omstreden figuur. Zo weigerde koning Albert in 2001 nog hem de Prijs der Nederlandse Letteren uit te reiken, waardoor een ambtenaar van de Taalunie de honneurs moest waarnemen. 

Context