Kies je taal:

Die geestelike brulocht
Jan van Ruusbroec


± 1343, mystieke theologie
Ruusbroec Cover Geestelikebrulocht

Naarmate in de middeleeuwen de geletterdheid onder meestal vrij welstellende leken en onder nonnen, begijnen, kluizenaars en kluizenaressen toenam, groeide ook de behoefte aan een persoonlijke en authentieke beleving van het christendom.

Aan deze nood konden in hyperspecialistisch Latijn opgesloten theologen, op luxe en rijkdom beluste hoge geestelijken of weinig geschoolde priesters niet tegemoet komen. In dit vacuüm ontwikkelde zich een mystieke literatuur in de volkstaal, geschreven door mannen en vrouwen, die door hun intieme en doorleefde verbondenheid met God indruk maakten op die tijdgenoten die naar geestelijke verdieping snakten.

De beroemdste mystieke auteur van de Nederlanden, wiens werken ook in de eeuwen na zijn dood gelezen werden, was zonder enige twijfel Jan van Ruusbroec (1293-1381). Die geestelike brulocht (ca. 1335/40), een traktaat dat hij schreef toen hij te Brussel als kapelaan van de Sint-Goedelekerk werkzaam was, wordt vandaag als zijn hoofdwerk beschouwd.

De toekomstige mysticus werd geboren in het dorp Ruisbroek, even ten zuiden van Brussel. Als elfjarige knaap trok hij in bij zijn priester-oom Jan Hinckaert, kapelaan bij de Sint-Goedelekerk in Brussel. Daar werd hij in 1317 tot priester gewijd. Vijfentwintig jaar lang zou hij er als eenvoudig kapelaan dagelijks de mis opdragen. Daar ook schreef hij, gebaseerd op zijn eigen mystieke ervaringen, verschillende werken. Met zijn eerste traktaat, Dat rijcke der ghelieven (ca. 1333) wilde hij vrome, sterk in mystiek geïnteresseerde Brusselse gelovigen spirituele leiding geven en hen behoeden voor ketterij.

Zijn tweede Brusselse werk, Die geestelike brulocht (ca. 1335/40) wordt algemeen als zijn meesterwerk beschouwd. Hierin legt Ruusbroec uit dat het geestelijke leven in drie stadia verloopt waarin de liefde tot God zich telkens verdiept: het werkende leven, het innige leven en het Godschouwende leven. Ruusbroec beklemtoont dat de mysticus die het hoogste stadium heeft bereikt de vorige twee nooit achterlaat, maar ze beoefent vanuit de vereniging met God. Dit noemt Ruusbroec het ‘gemene’ leven.

Omstreeks 1343 verliet Ruusbroec samen met zijn oom en nog een derde gelijkgestemde priester het in zijn ogen zondige Brussel. Ze kozen voor een onthecht leven in de kluizenarij van Groenendaal in het Zoniënwoud. Hun aanvankelijk kleine gemeenschap groeide snel aan en nam zeven jaar later de regel van Augustinus aan. Ruusbroec werd er de eerste prior van. In die jaren werkte Ruusbroec aan een allesomvattende allegorie van Gods woontent (Exodus 24-31): Van den geesteliken tabernakel. Het is zijn omvangrijkste en in de middeleeuwen ook meest gelezen werk. Later schreef hij nog een vijftal traktaten, waarvan enkele specifiek aan vrouwen zijn gericht.

De priorij van Ruusbroecs Groenendaal, afgebeeld op het tapijt van de maand september, in de reeks Jachten van Maximiliaan (1531, Louvre)

Ruusbroecs spiritualiteit vond vrij snel ingang bij een groot publiek. Die geestelike brulocht raakte via vertalingen in het Latijn, de lingua franca van die tijd, en in verschillende volkstalen wijd verspreid. Ruusbroecs mystieke visie heeft dan ook een sterke invloed uitgeoefend op de geschiedenis van de spiritualiteit, in maar ook zeker buiten de Nederlanden.

Zelfs vandaag leeft Ruusbroecs leer nog verder. Zijn werk wordt wereldwijd door specialisten van de christelijke mystiek geanalyseerd en in meer dan twintig talen (onder meer in het Chinees, het Japans en het Hindi) gelezen.

Waarop berust dan die blijvende aantrekkingskracht van Ruusbroec? De commentaren op zijn persoon en zijn werk, toch die van niet-academici, lijken vaak zelf in mystieke nevelen gehuld en zeggen soms meer over de commentatoren dan over Ruusbroec zelf.

Een ietwat overspannen maar niettemin mooi voorbeeld daarvan levert de in Gent geboren Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck, die Ruusbroecs Die gheestelike brulocht in het Frans vertaalde: ‘Ik ken weinig schrijvers die onhandiger zijn dan hij […] Velen zullen dan ook in zijn boek niet veel meer zien dan het werk van een visionaire monnik, van een sombere kluizenaar, een heremiet, dronken van vasten en door koorts verteerd. En toch — deze arme, eenzame monnik, die geen Grieks en misschien geen Latijn kende, vangt te midden van het duistere Zoniënwoud, in zijn onwetende, eenvoudige ziel de verblindende weerschijn van de hoogste en geheimzinnige bergtoppen van het menselijk weten op. Onbewust kent hij het platonisme van Griekenland, het soefisme van Perzië, het brahmanisme van Indië en het boeddhisme van Tibet, en zijn wonderlijke onwetendheid vindt de wijsheid van begraven eeuwen terug en voorziet de wetenschap van eeuwen die nog niet geboren zijn.’

't Cieraet der gheesteliicker brvyloft - Uitgave door Jan van Meerbeeck, 1624. Beeld via webtentoonstelling Ruusbroecgenootschap - UAntwerpen

Nog een kleine voetnoot bij dit alles: op 1 december 1908 verklaarde paus Pius X Ruusbroec zalig. Een zaligverklaring is vaak een opstapje naar opname in de canon der Roomse heiligen, maar meer dan honderd jaar later is het er nog steeds niet van gekomen. Hoe dan ook doet dat geen afbreuk aan Ruusbroecs literaire verdienste, op grond waarvan hij alvast zijn plaats in onze literaire canon heeft verdiend.


Klara maakte een prachtige podcast over de literaire canon. Vijftig lezers vertellen daarin over hun favoriete canonwerk. In deze aflevering neemt professor middeleeuwse literatuur Veerle Fraeters ons mee naar de waanzinnige 14e eeuw.

Op deze pagina vind je heel wat filmpjes over Ruusbroec en zijn werk.

Meer weten?

Edities

  • Een recente, volledige uitgave van het werk in het Middelnederlands en het Engels: Guido de Baere en Thom Mertens (red.), The Complete Ruusbroec. English translation with the original Middle Dutch text. Turnhout: Brepols, 2014 (Corpus Christianorum: Scholars version). 2 dln., dl. 2: p. 75-168 (Nederlands), dl. 1: p. 147-235 (Engels).
  •  Een nagenoeg volledige uitgave in het Middelnederlands en het modern Nederlands: Jan van Ruusbroec, De verhevenheid van de geestelijke bruiloft of de innige ontmoeting met Christus. Oorspronkelijke tekst met juxta-hertaling in modern Nederlands door Lod. Moereels. Tielt: Lannoo, 1977 (Ruusbroec hertaald, 5). 
  • Een soepele vertaling in hedendaags Nederlands: Jan van Ruusbroec, De geestelijke bruiloft. Vertaald door Jos van den Hoek en ingeleid door Guido de Baere. ’s-Hertogenbosch / Mechelen: KBS, 2008.

Achtergrondliteratuur:

  • Frits van Oostrom, ‘Meester in het midden’, in: Frits van Oostrom, Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Amsterdam: Bert Bakker, 2013, p. 242-281

Een vergeten geschiedenis:

  • Waarom een monnik het hoofd van "de eerste feministe" van Brussel verplettert in de kathedraal? Of hoe Ruusbroec slachtoffer werd van een politieke beeldenstrijd. Je leest en hoort het hier.
Geestelikebrulocht

Context