Kies je taal:

Karel ende Elegast


< 1325, ridderroman
Karel Cover Karelendeelegast

Karel ende Elegast is een kleine roman in verzen, die vóór 1325 moet zijn ontstaan. De eenvoudige maar spannende plot, de niet van humor gespeende verteltrant maar ook de beknoptheid van het verhaal (1403) hebben er voor gezorgd dat dit een van de best bekende verhalen is, sinds het in de negentiende eeuw is uitgegeven door pioniers van de studie van de Middelnederlandse letterkunde, zoals Heinrich Hoffmann von Fallersleben (1836) en W.J.A. Jonckbloet (1859).

Op de avond voor de hofdag krijgt keizer Karel in zijn kasteel te Ingelheim in een droom bezoek van een engel, die hem niet één maar drie keer gebiedt uit stelen te gaan. Eerst is hij op zijn hoede, maar de drievoudige herhaling van de boodschap overtuigt hem van haar goddelijke herkomst en dus gehoorzaamt hij en gaat op dievenpad. Waarom hij deze opdracht krijgt van God? Daarover tast hij (en met hem de lezer) in het duister. Het enige wat hij weet is dat het een zaak van leven of dood is.

In het woud ontmoet hij Elegast, een vazal die hij ooit te zwaar gestraft heeft voor een klein vergrijp, maar die zijn vroegere leenheer toch trouw is gebleven. Karel stelt zich voor als Adelbrecht, dief van beroep, en Elegast herkent hem niet. Wanneer Karel vervolgens voorstelt om gezamenlijk bij de koning in te breken – bij zichzelf dus – weigert Elegast verontwaardigd.

De gevleugelde beginregels van Karel ende Elegast ("Fraeye historie ende al waer"). Detail uit een incunabel van de KB Den Haag, ca. 1487. (Via Literatuurmuseum)

Ze besluiten dan maar naar Eggermonde te gaan, de burcht van Karels schoonbroer Eggeric. Met een ploegijzer maakt Elegast een gat in de muur. Hij wil de burcht binnendringen, maar wordt door een haan, die hij na het eten van een toverkruidje kan verstaan, gewaarschuwd dat de koning buiten de slotpoort staat. Adelbrecht/Karel gebiedt hem echter om hun plan te voltooien, en Elegast gehoorzaamt. In Eggerics slaapkamer is hij getuige van een ruzie tussen Eggeric en zijn echtgenote, Karels zus. Zo verneemt Elegast dat Eggeric Karel de volgende dag, tijdens de hofdag, wil doden.

Elegast brengt Adelbrecht alias Karel op de hoogte van wat hij heeft gehoord. Eens terug aan het hof, treft Karel maatregelen. Bij hun aankomst op de hofdag worden Eggeric en zijn trawanten aangehouden. Eggeric daagt Elegast uit om in een tweestrijd uit te maken wie de waarheid spreekt – God zal oordelen wie wint. Elegast wint dit gevecht en – jawel – ook de hand van de zuster van de koning, Eggerics weduwe.

Moraal van het verhaal? Trouw aan God en heer wordt steeds beloond en ontrouw gestraft. Alleen maar moraliserend is het verhaal evenwel niet; beleving en belering houden elkaar mooi in evenwicht. De dichter maakt niet alleen gebruik van christelijke elementen (gebeden, de drievoudige verschijning van de engel) maar voegt daar nog wat heidense elementen (tovenarij, sprekende dieren) aan toe. Het resultaat is een spannend, tot de verbeelding sprekend verhaal. De dichter demonstreert bovendien een goed gevoel voor humor – zo slaat Karel bijvoorbeeld een mal figuur wanneer hij aan Elegast vertelt dat zijn inbreektuig een ploegschaar is.

Enerzijds wordt Karel voorgesteld als een vrome vorst: hij gehoorzaamt de engel, hoe vreemd diens bevel ook mag lijken. Ook is hij krachtdadig: eenmaal terug in het kasteel roept hij zijn hofraad samen en neemt hij alle maatregelen om de samenzweerders te ontwapenen. Maar tegelijk blijkt deze krachtige vorst een wat angstige en klungelige dief te zijn.

Het personage Karel is een niet zozeer realistisch maar eerder humoristisch alter ego van Karel de Grote (742-814), keizer van het Roomse Rijk. In de plot van Karel ende Elegast zit dan weer meer waarheid; dat gaat vermoedelijk terug op een samenzwering tegen Karel de Grote die rond 785 plaatsvond.

Karel de Grote, afgebeeld in de Kroniek van Ekkehard van Aura (ca. 1112/1114). Cambridge Corpus Christi, Ms 373, fol. 24r

Karel de Grote is overigens een personage dat – in allerlei gedaantes en met uiteenlopende karaktertrekken – vaak opduikt middeleeuwse teksten. In de meeste Karelromans, dat zijn romans die zich afspelen in de omgeving van Karel de Grote, is het weliswaar niet Karel zelf die de hoofdrol speelt, maar wel een van zijn ridders. In die zin is Karel ende Elegast een wat atypische Karelroman.

De auteur van deze korte Karelroman, mogelijk een Vlaming of een Brabander, is onbekend. Recent computeronderzoek naar de rijmpatronen wijst er wel op dat twee Arthurromans vruchten zouden kunnen zijn van dezelfde pen: de Moriaen, waarin voor het eerst in de Middelnederlandse literatuur een zwart hoofdpersonage (een Moor) centraal stond, en de Lantsloot vander Haghedochte. Maar waar haalde hij de mosterd? Waarschijnlijk baseerde deze anonieme auteur Karel ende Elegast niet alleen op mondelinge overlevering, maar had hij een concrete Franse brontekst ter beschikking: het Chanson de Basin, een tekst waarvan helaas niets bewaard is gebleven.

Zelfs nu, zeven eeuwen later, worden de namen ‘Karel’ en ‘Elegast’ nog steeds vaak in één adem genoemd. Zo kon het satirische online nieuwsmagazine De Speld in 2017 bij wijze van grap berichten over het einde van hun samenwerking, als waren ze een showbizzduo dat met pensioen gaat. ‘Karel ende Elegast kunnen op een bewogen carrière terugkijken’, luidt het. ‘Hy is een ele goeie gast’, getuigt Karel in steenkolenmiddelnederlands over zijn sidekick. Zegt Elegast: ‘Wat de mediae oock seggen mooghen, Karel is gewoon een hele Grote.’ 


Heel wat filmpjes over Karel ende Elegast zijn op deze pagina verzameld.

Meer weten?


Uitstekende editie van dit werk:

Karel ende Elegast. Bezorgd door Geert Claassens, 5e druk (Alfa Literaire Teksten uit de Nederlanden). Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012.

 
Omzetting in hedendaags Nederlands:
  • Karel ende Elegast. Samengesteld door Hubert Slings (Tekst in context 1). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997.
  • Karel ende Elegast. Het mooiste Nederlandse ridderverhaal uit de Middeleeuwen.Vertaald door Karel Eykman. Bezorgd en ingeleid door A.M. Duinhoven (Nederlandse Klassieken). Amsterdam: Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, 1998.
 
Achtergrondliteratuur:
  • Evert van den Berg en Bart Besamusca (eds.), De epische wereld. Middelnederlandse Karelromans in wisselend perspectief. Muiderberg: Coutinho, 1992.
  • Hans van Dijk, ‘Karel de Grote’, in: W.P. Gerritsen en A.G. van Melle (red.), Van Aiol tot de Zwaanridder. Personages uit de middeleeuwse verhaalkunst en hun voortleven in literatuur, theater en beeldende kunst. Nijmegen: SUN, 1993, p. 186-196.
  • Herman Vekeman, ‘De verhaaltechniek in “Karel ende Elegast”’, in: Spiegel der Letteren 13 (1970-1971), p. 1-9.
 Om te luisteren:
  • Via de website (en de bijhorende app) vogala.org kun je de openingsscène van Karel ende Elegast beluisteren (verzen 1-165), gelezen door Rick de Leeuw.
Karelendeelegast

Context