facebookglueinstagramlinkedinpinteresttwitter
Kies je taal:

Liederen
Hadewijch


± 1240, liederen
Hadewijchcover2

‘Een heilige vrouw, een ware meesteres wier woorden uit God geboren zijn’. Zo luidt het in de enige snipper biografische informatie die uit de middeleeuwen over Hadewijch is overgeleverd. Haar heiligheid maakte haar teksten in de ogen van haar toenmalige bewonderaars zo waardevol dat ze de eerste auteur uit de Nederlandse letterkunde werd van wie het werk in één band is gebundeld.

De middeleeuwse manuscripten met haar oeuvre getuigen dat Hadewijchs teksten tot in de zestiende eeuw in religieuze kringen werden gelezen. De verspreiding van losse teksten toont aan dat men toen vooral haar prozawerk waardeerde, en dan vooral haar Brieven.

Toen na eeuwen van vergetelheid in 1838 twee handschriften met haar werk opnieuw werden ontdekt, ontstond er een hernieuwde bewondering voor Hadewijch. Die was dit keer niet door een religieuze maar door een literaire fascinatie gevoed. De taalvirtuositeit waarmee zij vorm gaf aan haar passionele mystiek is dan ook ronduit indrukwekkend, zeker omdat het Nederlands in haar tijd nog nauwelijks een geschreven traditie kende, zeker niet voor religieuze genres. Die virtuositeit toont zich bij uitstek in haar lyrisch werk.

Hadewijchs liederenbundel bestaat uit 45 liedteksten die qua vorm en inhoud zijn geïnspireerd door het profane hoofse minnelied. In het profane chanson zingt een ridder-minnaar over de dame van wie hij de wederliefde hoopt waard te zijn. Hadewijch heeft die hoofse relatie verplaatst naar een mystiek kader. De Dame in wier liefdesdienst de ridder-minnaar zich stelt, heet Minne. Zij is de goddelijke liefde waarnaar de minnaar verlangt en waarmee hij zich wil verenigen door zelf louter liefde te worden. Net als de hoofse trouvères of minnenzangers thematiseert Hadewijch vooral de afwezigheid van de geliefde en de daaruit voortvloeiende spanning tussen hoop en wanhoop.

Niet alleen thematisch maar ook formeel is de hoofse lyriek een grote inspiratiebron geweest. Veruit de meeste van de 45 liederen zijn gedicht op (vaak ingewikkelde) rijmschema’s die ontleend zijn aan het Noord-Franse chanson. Maar ook religieuze liedvormen hebben Hadewijch tot dichten aangezet. De bundel bevat zes rondelli, een Latijnse liturgische liedvorm waarop werd gedanst; twee teksten hebben de vorm van een hymne en de bundel sluit af met een gedicht dat op een Latijnse misgezang voor Maria is gebaseerd.

Met haar liederen wilde Hadewijch niet alleen de goddelijke Minne bezingen en een stem geven aan de hoop en de wanhoop van de minnende ziel. Ze wilde haar publiek, dat vermoedelijk bestond uit geestverwanten die net zoals zijzelf naar spirituele volmaaktheid streefden, ook beleren en aansporen. Om dat te doen heeft ze het model van het wereldlijke chanson op meesterlijke wijze naar haar hand gezet. Dat deed ze bijvoorbeeld door typisch hoofse motieven subtiel te verrijken met Bijbelverwijzingen. Naast de stem van een ‘ik’-figuur heeft ze ook een alwetende stem toegevoegd die het publiek geregeld vermaant en aanspoort om zich te gedragen op een manier die bij hun mystieke missie paste. En verder laat ze een personage optreden in de derde persoon, een voorbeeldige ridder-minnaar waaraan het publiek zich kon spiegelen en waarvan het kon leren dat trouw, moed en overgave de beste wapens waren om het avontuur van de liefde tot een goed einde te brengen.

Om dat liefdesavontuur te beschrijven heeft Hadewijch beklijvende woorden gebruikt. Het genot van het één-zijn heet bij haar ‘gebruken’, de pijn van het missen ‘gebreken’, de onhoudbaarheid van het verlangen ‘orewoet’. Het zijn woorden die tot de verbeelding blijven spreken en die velen na Hadewijch tot nieuw werk hebben geïnspireerd.

Meer weten?
De liederen van Hadewijch zijn o.m. te vinden in deze edities:

  • Van Mierlo, Jozef (ed.), Hadewijch. Strophische Gedichten. I. Tekst en commentaar. 2. Inleiding (Leuvense studieên en tekstuitgaven 13). Antwerpen e.a.: Standaard-Boekhandel, 1942.
  • Hadewijch. Liederen. Uitgegeven, ingeleid, vertaald en toegelicht door Veerle Fraeters en Frank Willaert, met een reconstructie van de melodieën door L.P. Grijp. Groningen: Historische Uitgeverij, 2009.
  • Zie ook http://hadewijch.net/

Vertaalde versies van haar liederen vind je in deze publicaties:

  • Hadewijch. Minne is wonderzoet in al haar stormen. Een keuze uit de Mengeldichten en Strofische Gedichten van Hadewijch. Hertaling door Lucienne Stassaert. Leuven: P, 2002.
  • Hadewijch, Liefdesliederen. Uit het Middelnederlands vertaald door Jan Kuijper, met een nawoord van Rosita Steenbeek. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2010.

Uitstekende bronnen voor meer achtergrondliteratuur zijn:

Om te beluisteren:

Ook nog

  • Schrijver Peter Verhelst kiest in 'Passage' (De Morgen, 10/02/2016) een fragment van Hadewijch
Liederen

Hadewijch

Hadewijch

Hadewijch was een mystieke schrijfster die leefde in de dertiende eeuw in het hertogdom Brabant. Er zijn van haar 31 brieven, 16 rijmbrieven, 14 visioenen en 45 liederen overgeleverd. Omdat er geen getuigenissen over haar leven bewaard zijn gebleven, moet alle biografische informatie worden afgeleid uit haar werk. Zeker is in elk geval dat ze Frans en Latijn kende, en dat ze vertrouwd was met zowel de hoofse als de religieuze literatuur. Dat wijst erop dat ze een goede, vermoedelijk aristocratische opvoeding moet hebben genoten.

De belangrijkste bron om Hadewijch te situeren in het middeleeuwse Brabant is de Lijst der Volmaakten, een addendum bij haar Visioenen waarin ze in min of meer chronologische volgorde al diegenen opsomt die de minne tot God op een volmaakte wijze zouden hebben beleefd. Onder de tijdgenoten die ze tot de volmaakten rekent, vermeldt Hadewijch opvallend weinig geestelijken, maar vooral veel vrouwelijke leken. Men situeert haar daarom in de wereld van de begijnen, een religieuze vrouwenbeweging die ontstond in de dertiende eeuw. Begijnen leidden een geestelijk leven in een gemeenschap van vrouwen, maar zonder kloostergeloften te hebben afgelegd.

In haar teksten treedt Hadewijch naar voren als een spirituele leidster die gelijkgezinden aanspoort tot radicale overgave aan de liefde tot God. Dat strookt met de sterk affectief geladen spiritualiteit van de begijnen. Waar ze precies leefde is dan weer voer voor discussie. In één van de handschriften met haar werk wordt ze Hadewijch van Antwerpen genoemd, maar het is lang niet zeker dat ze (uitsluitend) daar actief was. 

Context